Ons programma voor Gent

Op 14 oktober kiest u, samen met 180.000 andere Gentenaars, een nieuwe gemeenteraad, die de komende zes jaar onze stad zal besturen. Deze keuze zal in veel opzichten bepalend zijn voor uw dagelijks leven. Immers, het lokale niveau, uw stadsbestuur dus, is actief op tal van beleidsdomeinen die een grote invloed hebben op de wijze waarop onze samenleving georganiseerd wordt. Uw stem telt dus niet zomaar. Onze slogan voor de gemeenteraadsverkiezingen is dan ook niet toevallig ‘Jij beslist’.

De voorbije 35 jaar hebben de liberalen mee hun stempel gedrukt op Gent. En hoe. Van een grauwe stad, in volle verwerking van het verlies van de textielindustrie, en met een beperkte ambitie en hoge schulden, naar een zelfbewuste, moderne en dynamische stad.

35 jaar liberaal beleid hebben gezorgd voor lage belastingen, een gezond financieel beleid, een haven die intussen in de Europese top 10 staat, miljarden aan investeringen in publieke infrastructuur, efficiënte dienstverlening en een plek op de Europese en wereldkaart. Niet door er over te praten, maar door het gewoon te doen.

De metamorfose van onze stad is niet onopgemerkt gebleven. Gent is een echte aantrekkingspool geworden. Voor bewoners, studenten en toeristen. Voor investeerders en ondernemers. Voor kunstenaars en creatievelingen.

Drie generaties liberalen hebben vorm gegeven aan deze verandering. Met ambitie, maar zonder avonturen. Met een duidelijke visie, maar zonder dogma’s. Met de vaste wil om vooruit te gaan, maar zonder de typisch Gentse traditie uit het oog te verliezen: kritisch, rebels en met open vizier.

De samenleving, en dus ook onze stad, zijn volop in verandering. Liberalen zijn per definitie vooruitgangsoptimisten, maar we hebben uiteraard ook oog voor wie de snelle veranderingen als moeilijk beheersbaar, ja zelfs bedreigend ziet. Zeker de Gentse liberalen hebben bovendien een 200 jaar oude sociale en emancipatorische traditie.

Met het programma voor de komende gemeenteraadsverkiezingen, dat we u hierbij voorstellen, schuiven we een ambitieus toekomstproject naar voor, dat tegelijk kadert in deze Gentse liberale traditie.

Ons project is een project dat ambitie uitstraalt. Gent is immers een wereldstad in zakformaat. Groot genoeg om zelfbewust en open naar de wereld te kijken, klein genoeg om herkenbaar en geborgen te zijn. Gent is meer dan een provinciestad, en mag dat ook tonen. In zijn stadsontwikkeling en architectuur, zijn trekkende rol inzake duurzaamheid, inzake innovatie, kennis en wetenschap. In zijn internationaal toonaangevende cultuurspelers, maar evenzeer in zijn creativiteit in de wijken.

Ons project is een project dat vertrouwen uitstraalt. Vertrouwen dat we graag geven aan mensen om hun dromen en idealen te verwezenlijken. Niet door het in hun plaats te doen of hen te betuttelen of te pamperen, maar door hen zelf te laten beslissen en te ondersteunen waar nodig en nuttig. Door een kader te creëren, infrastructuur en soms gewoon een plek te voorzien om hun ding te doen. Voor ons, liberalen, is elk individu gelijkwaardig, met zijn of haar talenten, bekommernissen en eigenaardigheden.

Ons project is een project dat emancipatorisch is. Wie het moeilijk heeft, willen we ondersteunen. Maar we willen mensen niet afhankelijk maken, integendeel. Ondersteuning moet dienen om mensen zo snel mogelijk terug zelfbewust op eigen benen te laten staan.

Ons project is een project dat inclusief is. We willen onze stad niet verdelen in kampen: deelgemeenten versus stad; ‘oude’ versus ‘nieuwe’ Gentenaars; jong versus oud. Polarisering is aan liberalen niet besteed, wel het verbinden van mensen door hen bij elkaar te brengen en met elkaar te praten, zodat iedereen zich kan inleven in de argumenten van een ander. We willen ook niemand achterlaten of afschrijven in de samenleving. Wat we daarvoor in ruil vragen, is engagement en verantwoordelijkheid. Tegenover medeburgers en tegenover de gemeenschap. U zal in dit programma dan ook weinig of geen verwijzingen vinden naar doelgroepen. Wij gaan immers uit van individuele burgers, met hun eigen, specifieke, gelaagde identiteit.

Ons project is het project van een ploeg. Een ploeg met frisheid en zin voor vernieuwing, en tegelijk ook met ervaring en traditie. Maar vooral een ploeg met goesting. Goesting om samen met u onze stad klaar te maken voor de toekomst, en te wapenen tegen de uitdagingen die steeds sneller en mondialer op ons afkomen. Niet door ons angstig af te sluiten van de wereld, maar ook niet door blind te zijn voor de negatieve effecten die onvermijdelijk gepaard gaan met verandering.

Meer dan ooit zijn de liberalen de beste garantie om Gent en de Gentenaars met vertrouwen en open vizier naar de toekomst te richten. Onze stad is ons te lief om hem over te laten aan politieke stromingen die uitgaan van de maakbaarheid van mens en maatschappij naar hun ideologische utopie, die liever polariseren dan verbinden, die vertrekken van hun eigen vermeende morele superioriteit.

Op 14 oktober trekken de Gentse liberalen ten strijde, met een sterke kandidaat-burgemeester, een jonge en ervaren ploeg, en een ambitieus programma voor onze stad. Wij zijn er klaar voor, jij beslist!

Christophe Peeters – Voorzitter programmacommissie

Mathias De Clercq – Kandidaat-Burgemeester

Ondernemen

Vrije burgers zijn per definitie ondernemende burgers. Zelf het heft in handen nemen, eigen dromen verwezenlijken, bijdragen aan de welvaart en het welzijn van de samenleving, en daar uiteraard ook zelf de vruchten van plukken. Voor liberalen is dat hetgeen vrije individuen drijft. Zekere risico’s nemen hoort daarbij. Ondernemen is geen job, maar een manier van leven.

Alles is mogelijk, als je maar durft – J.K. Rowling

Het is niet aan overheid om zelf ondernemer te willen zijn. Zij moet het klimaat en het kader creëren waarin ondernemen niet alleen mogelijk, maar ook aantrekkelijk wordt, en waarin innovatie wordt aangemoedigd. In een snel veranderende wereld zal het immers innovatie zijn die de drijvende kracht en garantie vormt voor toekomstige welvaart, maar ook voor de oplossing van milieu- en energiecrisissen die onze samenleving bedreigen.

Zoals Gent in de 19de eeuw de voorloper was in industriële innovatie, en op het einde van de 20ste eeuw via onder meer Flanders Technology International de bakermat voor nieuwe technologie en een nieuw, zelfbewust Vlaams ondernemerschap, zo kan Gent ook in de komende decennia een belangrijke internationale rol spelen in nieuwe domeinen als biotechnologie, cleantech, circulaire economie en energie, zeg maar Flanders Technology 2.0.

Als liberalen zijn we er immers van overtuigd dat wetenschap en technologie, in een samenspel van overheid, kennisinstellingen, ondernemers en burgers, een antwoord kunnen en zullen bieden op de uitdagingen en bedreigingen voor onze samenleving, zoals klimaatopwarming, vervuiling en gezondheid

Ruimte voor ondernemen

De stedenbouwkundige visie voor de toekomst moet voldoende ruimte voorzien voor ondernemen, niet alleen vandaag, maar ook voldoende reserve voor de toekomst. Wij zijn er van overtuigd dat dit mogelijk is zonder netto nieuwe open ruimte aan te snijden.

Terreinen die vroeger werden gebruikt voor economische activiteiten moeten, eventueel na sanering, opnieuw ingezet worden ten bate van de economie. Nieuwe bedrijventerreinen moeten bovendien anders worden ingericht: compacter, gestapeld, gericht op duurzaamheid, ook inzake mobiliteit. De gronden van het oude spoorwegarsenaal in de wijk Moscou moeten de komende jaren omgevormd worden tot een showcase als bedrijventerrein van de toekomst, geïntegreerd in een dichtbevolkte wijk.

Technologische evoluties zorgen er ook voor dat productiebedrijven er morgen totaal anders zullen uitzien dan de fabrieken uit de 20ste eeuw. Technieken zoals 3D-printing zorgen ervoor dat de ‘fabriek’ van de toekomst niet alleen kleinschaliger is, maar ook veel eenvoudiger geïntegreerd kan worden in het stadsweefsel. Bovendien zullen we bedrijfsgebouwen toekomstbestendig, en dus flexibel moeten inrichten.

Transitie

De economie is vandaag volop in transitie. Traditionele concepten uit het tijdperk van de industriële massaproductie worden verdrongen door nieuwe vormen van ondernemen en van productie. Ook het onderscheid tussen ‘goederen’ en ‘diensten’ wordt steeds minder duidelijk. Meer nog, de deeleconomie en concepten zoals ‘Mobility as a service’ zullen de komende jaren de snelst en sterkst groeiende economische sectoren zijn.

We zullen dan ook volop inzetten op een innovatieve, klimaatneutrale en duurzame economie, en proeftuinen voorzien voor nieuwe economische concepten, zoals autonome voertuigen, onder meer voor het verder uitbouwen van het Stadsdistributieplatform Gent Levert. Ook het hergebruik van afvalmaterialen als energiebron of grondstof geeft voeding aan een totaal nieuwe economie. De Stad Gent en de UGent nemen momenteel al het voortouw op internationaal vlak, onder meer via het project Capture.

De Stad Gent kan ook zelf innovatieve bedrijven ondersteunen, door bij aanbestedingen te vertrekken van een algemene probleemstelling in plaats van een gedetailleerd technisch bestek. De Stad en de private spelers werken dan samen een oplossing uit. Hiervoor kunnen we verder bouwen op de ervaringen met projecten als Startup-in-Residence.

Het Wintercircus wordt ontwikkeld als centrum voor innovatie, in samenwerking met de UGent, Imec en private spelers. Ook de Startersfabriek, als motor voor start-ups en scale-ups, krijgt daar een uitvalsbasis. Om internationale bedrijven en onderzoekers te blijven aantrekken, werken we actief mee aan een secundaire afdeling van de Internationale School Gent.

Dienstverlening

De Gentse administratie staat ten dienste van de ondernemers, onder meer door te werken met accountmanagers bij het OOG, die dossiers zoals vergunningen of vestigingsvragen opvolgen. Het OOG moet verder uitgroeien tot uniek aanspreekpunt, en ondernemers ontzorgen in hun relatie met de stedelijke overheid.

Ondernemers moeten ook de stand van hun dossier online kunnen opvolgen. We zetten in op het verzamelen en up-to-date houden van economische data, die we ook open stellen voor ontwikkelaars en ondernemers, zoals reeds jaren de gewoonte is in Gent.

Gent beschikt over unieke locaties, zoals het Gravensteen, het Wintercircus of de Ghelamco-arena, waar Gentse start-ups en scala-ups zich aan de wereld kunnen tonen, en die we graag ter beschikking stellen.

Daarnaast richten we een Gentse Economic Board op, waar het Stadsbestuur structureel in overleg gaat met spelers als de Universiteit, de Haven, de Vlaamse en federale overheid,Voka en Unizo. We trekken actief nieuwe (binnen- en buitenlandse) investeerders en bedrijven aan door een Agentschap Aquisitie op te zetten in samenwerking met FIT, dat bestaande versnipperde initiatieven bundelt.

Economische speerpunten

Gent telt meerdere economische polen en speerpunten, die elk hun eigenheid hebben.

Haven

De vorming van North Sea Port door de fusie van de havens van Gent, Terneuzen en Vlissingen, heeft onze haven in de top 10 van Europese havens gekatapulteerd. Samen met de bouw van de nieuwe zeesluis en de realisatie van de binnenvaartverbinding met Parijs, zorgt de fusie voor een wissel op de toekomst.

Voor die toekomst willen we uiteraard groei, van overslag, maar vooral van toegevoegde waarde en jobs. Hiervoor zetten we niet alleen in op een goede toegankelijkheid aan de ‘natte’ zijde, maar ook aan landzijde. De volledige haven moet vlot ontsloten worden via het spoor, zowel voor goederen als personen. De ontwikkeling van spoorlijn 204 voor personenvervoer moet, samen met het Arbeidspact voor jobs, ook mogelijk maken dat werkzoekenden naar vacatures geleid worden in het Vlaams-Nederlandse kanaalgebied.

De Gentse haven heeft in het verleden steeds een voortrekkersrol gespeeld inzake duurzaamheid en innovatie. We versterken dit beleid, door voluit de kaart te trekken van de biogebaseerde economie, maar ook door de ontwikkeling van een waterstofcluster, het hergebruik van afvalstromen en de recyclage van CO en CO2 tot nuttige grondstoffen, en zelfs synthetisch aardgas.

TechLane en omgeving

In het  zuiden van de stad, langsheen de Ringvaart en de E40, is een hightechcluster in volle bloei en ontwikkeling. Gent is internationaal toonaangevend inzake biotechnologie, maar ook inzake cleantech en ICT gebeurt er baanbrekend werk. We geven deze technologiecorridor alle mogelijkheden om verder te ontwikkelen.

Mobiliteitsproblemen, en dan vooral het gebrek aan bereikbaarheid met de fiets en het openbaar vervoer, bedreigen vandaag investeringen, jobs en toegevoegde waarde. We willen de volledige zone met onder meer het Sint-Pietersstation, The Loop, Wetenschapspark Ardoyen, de Domo-site, Eiland Zwijnaarde en de omgeving van het UZ en de Ghelamco-arena, ontsluiten via nieuwe concepten, zoals bijvoorbeeld een skytram. Hierdoor verlossen we de omliggende woonzones, zoals Zwijnaarde, Sint-Denijs-Westrem en Nieuw-Gent van onnodig doorgaand (vracht)verkeer.

Handel en horeca

Gent is van oudsher een handels- en horecastad. Iedereen kent natuurlijk het winkelgebied in de binnenstad, maar ook de deelgemeenten en wijken hebben boeiende en bloeiende handelskernen. Ook voor de traditionele middenstand verandert de wereld bijzonder snel, onder meer door de forse opkomst van e-commerce en een veranderend koopgedrag. De oprichting van Puur Gent als uitvoeringsagentschap voor het middenstandsbeleid, en waarin ook de sector zelf is betrokken, heeft een forse nieuwe impuls gegeven.

We bouwen Puur Gent verder uit, als beheerder van de Gentse winkelgebieden. De sfeergebieden in de binnenstad krijgen in hun aanleg en aankleding een duidelijke identiteit. We zetten verder in op de promotie en beleving van winkelen in Gent. De maandelijkse koopzondagen op de eerste zondag van de maand blijven behouden, en tegelijk laten we Gent (eindelijk) erkennen als toeristisch centrum, waardoor handelaars zelf kunnen kiezen wanneer ze hun zaak openhouden.

Via Puur Gent worden ook initiatieven genomen om de communicatie met en tussen handelaars en horeca-uitbaters te stroomlijnen. We gaan na hoe we kopen bij de Gentse middenstand kunnen belonen via een getrouwheidssysteem dat mogelijkheden biedt tot kortingen op museumbezoeken of reducties op het openbaar vervoer en in de parkings.

Belevering van handels- en horecazaken via het Stadsdistributieplatform Gent Levert wordt verder uitgebouwd, gekoppeld aan een tonnagebeperking voor de binnenstad. GentLevert wordt ook ingezet voor thuislevering, zodat ook kleine zelfstandige zaken een webshop kunnen uitbouwen zonder zelf te moeten investeren in logistiek.

Naast de uitbaters willen we ook de eigenaars van handelspanden actiever betrekken bij het beleid. Uiteindelijk plukken zij er mee de vruchten van wanneer er weinig leegstand is, en ze stabiele huurders hebben.

De Visienota Detailhandel en Horeca wordt uitgevoerd, waarbij de handelskernen in het centrum en de deelgemeenten worden versterkt, de schakelstraten bijkomend worden ondersteund, en grootschalige winkels worden geclusterd, zodat de verdere ‘verlinting’ van de steenwegen kan worden gestopt en zelfs gekeerd. Veld 12 van The Loop en de sites Carrefour en Media Markt in Oostakker zijn geschikt voor de clustering van grootschalige handelszaken, waarvoor geen plaats is in het centrum.

Horeca zorgt voor leven in de stad. Gent is de voorbije jaren uitgegroeid tot een hippe culinaire hotspot, met een aanbod voor ieders smaak en beurs. Helaas wordt horeca nog te vaak geassocieerd met overlast, zeker de nachthoreca. Nochtans is een bruisend nachtleven noodzakelijk in elke stad, waarbij we waken over het evenwicht tussen levendigheid en leefbaarheid voor de bewoners. We willen dan ook inzetten op nachthoreca rond de Vlasmarkt en de Oude Beestenmarkt. De Overpoortstraat heeft een eigen karakter, en wordt vandaag te veel benaderd als een probleem. Samen met de uitbaters geven we de Overpoortstraat een nieuw elan, onder meer door een heraanleg als verkeersvrije straat.

Markten en ambulante handel

Markten zijn van oudsher dé handelsplaatsen bij uitstek. Meer nog, het ontstaan van steden (ook van Gent) is nauw verbonden met het organiseren van markten. Vandaag hebben de traditionele markten het bijzonder moeilijk, onder meer door scherpe concurrentie door internationale spelers die een gelijkaardig segment bedienen (vooral dan in de textielbranche), maar ook door veranderd koopgedrag. Anderzijds bloeien bio- en boerenmarkten als nooit tevoren, in het zog van de toenemende bekommernis inzake milieu en voedselveiligheid. Ook specifieke feestmarkten, zoals de Markt van de Lege Portmonnees tijdens de Gentse Feesten, waar standwerkers het beste van zichzelf geven, blijven publiekstrekkers.

Markten zullen zich in de toekomst moeten heroriënteren op twee sporen: enerzijds de beleving (met een divers aanbod, vers voedsel, horeca), en anderzijds op een nieuw en aantrekkelijk aanbod (bio, korte keten, fair trade). Samen met de marktorganisaties tekenen we een nieuw organisatiemodel uit, zoals we dit in de voorbije jaren ook deden voor de Foren.

Om starters toe te laten zich voor te stellen aan het grote publiek, voorzien we plaatsen voor hen op onze wekelijkse markten.

Ook ambulante handel zorgt voor leven in een stad. Diverse aantrekkelijke kraampjes met een degelijk aanbod kleuren de stad, en bieden een aanbod dat complementair is aan dat van vaste handelszaken. Een goede aankleding, inpassing in het straatbeeld en het scherp houden van de concurrentie kunnen de kwaliteit omhoog halen, onder meer door het doorbreken van achterhaalde monopolies.

Onderwijs

Niets in onze samenleving is belangrijker dan goed onderwijs voor de toekomstige generaties. Het onderwijs geeft mensen de middelen en mogelijkheden om zich te ontplooien, om een vrij en bewust burger te zijn in de samenleving. Onderwijs bereidt voor op het leven, en moet dus meer zijn dan loutere kennisoverdracht, hoewel die op zich ook niet mag worden verwaarloosd. Toch is het beladen van het onderwijs met allerlei extra maatschappelijke taken niet steeds de juiste manier van werken. Ook andere actoren, en dan in de eerste plaats de ouders, moeten hun verantwoordelijkheid opnemen in de opvoeding van kinderen en jongeren.

Zoals de Grote Oceaan slechts één smaak heeft: die van zout; zo heeft ons onderwijs ook slechts één smaak: die van vrijheid  -Boeddha

Hoogstaand kwalitatief onderwijs op maat van elk kind, dat hen in staat stelt hun eigen specifieke talenten maximaal te ontplooien en waarden meegeeft, is het hoogste goed in een beschaving.

Capaciteit

Het voorbije decennium heeft vooral in het teken gestaan van onderwijscapaciteit: eerst in de kinderopvang, dan in het basisonderwijs en nu in het secundair. Nochtans is het aantal leerlingen behoorlijk voorspelbaar op basis van geboortecijfers. Voldoende capaciteit in het onderwijs is een absolute must om de vrije schoolkeuze te blijven garanderen. Ouders en jongeren moeten te allen tijde kunnen kiezen voor de school en studierichting van hun keuze, en voor het pedagogisch project van een bepaalde school.

Capaciteit in de kinderopvang is niet alleen een kwestie van aantal plaatsen, maar ook van betaalbaarheid. We verhogen dan ook stelselmatig het aantal inkomensgerelateerde plaatsen, en vragen aan de Vlaamse Regering om hiervoor de nodige middelen te voorzien.

De primaire opdracht van de Stad Gent is het organiseren van basisonderwijs. We willen in elke buurt en wijk een basis- en kleuterschool, met specifieke aandacht voor kleine woonkernen, zoals Baarle en de Kanaaldorpen. Een school is immers meer dan een gebouw waar les gegeven wordt, maar ook het kloppend hart van een gemeenschap.

In het secundair onderwijs voorziet men een tekort van ongeveer 3000 plaatsen tegen 2025. We werken dan ook samen met de diverse netten in de taskforce secundair onderwijs om voldoende capaciteit te voorzien, en de vrije schoolkeuze te herstellen. Het stedelijk onderwijs neemt hierin zijn verantwoordelijkheid, met de nadruk op het vullen van leemtes in het secundair onderwijsaanbod.

Een centraal aanmeldingssysteem kan een handig middel zijn om kinderen in te schrijven, uiteraard op voorwaarde dat er voldoende capaciteit is. We passen, in overleg met de Vlaamse Gemeenschap, het huidige systeem aan, zodat zoveel mogelijk kinderen meteen in de school van eerste voorkeur terecht kunnen, rekening gehouden wordt met het specifieke opleidingsaanbod, en campusscholen mogelijk zijn, zodat kinderen samen met hun vriendjes kunnen doorstromen in een vertrouwde omgeving. Ook de dubbele contingentering wordt geëvalueerd, zodat schaarste niet wordt gebruikt om een vooropgestelde mix af te dwingen en keuze voor niet-indicatorleerlingen nog beperkter wordt, zonder de ambitie voor een betere mix los te laten.

We voorzien ook in een uitbreiding van het aanbod buitenschoolse opvang, en passen het principe van de brede school algemeen toe, met activiteiten als sport en cultuur. Ook tijdens de schoolvakanties worden de scholen opengesteld, zodat ouders of vrijwilligers daar zelf opvang kunnen organiseren.

Het spreekt voor zich dat alle nieuwe schoolgebouwen voldoen aan de strengste normen inzake duurzaamheid, maar ook dat ze modulair zijn en gericht op meervoudig gebruik buiten de schooluren.

Maatwerk voor elk kind

 

Kwaliteitsvol onderwijs impliceert ook maatwerk, one-size-fits-all is niet de juiste aanpak. De gelijkheidsgedachte kan niet tot gevolg hebben dat de lat steeds lager wordt gelegd. We hebben uiteraard aandacht voor kinderen met leer- en taalachterstand of zorgnoden, maar ook kinderen die beter presteren dan het gemiddelde verdienen bijzondere aandacht en onderwijs op hun maat. Er is immers niets mis met uitmuntendheid. De organisatie van het onderwijs moet hieraan worden aangepast, onder meer met kangoeroeklassen voor sterkere leerlingen. We blijven ook investeren in een sterk buitengewoon onderwijs.

Bijzondere aandacht gaat naar technologie en creativiteit, vaardigheden die noodzakelijk zijn om in de wereld van morgen te kunnen meedraaien, en dit al vanaf de basisschool. We zetten STEAM-projecten (Science, Technology, Engineering, Art and Mathematics) op voor alle graden en onderwijstypes, waarbij kinderen en jongeren hun creativiteit de vrije loop kunnen laten met technologie. Vanaf het basisonderwijs wordt aandacht besteed aan informatiegeletterdheid en omgang met sociale media, onder meer om pesten aan te pakken. Omdat we meer dan ooit nood hebben aan bekwame vaklui, geven we bijzondere aandacht aan het technisch en beroepsonderwijs.

Kennis van het Nederlands is een absolute vereiste om mee te kunnen in de klas en in de samenleving. De eerste levensjaren zijn cruciaal voor taalverwerving, en daarom stimuleren we ouders om hun kinderen naar de kleuterschool te sturen vanaf 3 jaar. Ouders wiens kinderen niet zijn ingeschreven, spreken we rechtstreeks, per brief, telefonisch en met een huisbezoek door de brugfiguren. Voor anderstalige nieuwkomers voorzien we voldoende onthaalklassen. In het basisonderwijs kan de thuistaal nog een hulpmiddel zijn om Nederlands te leren, in het secundair mogen we een voldoende kennis van het Nederlands verwachten om de lessen te volgen. Om taalvaardigheid in andere talen te stimuleren, organiseren we vakken in het Frans, Engels en Duits volgens het principe van Content and Language Integrated Learning.

We starten naar Brussels voorbeeld een experiment met toekomstateliers in aandachtswijken, waarbij in het weekend praktijklessen worden gegeven door ondernemers, dokters, mechaniekers of verplegers, zodat kinderen kunnen inzien dat in hun toekomst alles mogelijk is. Ook bedrijfsbezoeken en inleefdagen kunnen de link tussen onderwijs en ondernemerschap versterken. Om ondernemende leerkrachten te belonen, stellen we een prijs in voor de meest ondernemende school of leerkracht.

Om de ongekwalificeerde uitstroom aan te pakken, werken we samen met de Gentse werkgevers en de VDAB, om voldoende plaatsen te voorzien voor duaal leren, stages, werkplekleren en andere trajecten naar werk. Praktijk- en gastlessen en bedrijfsbezoeken geven jongeren een beter inzicht in wat ze kunnen verwachten in een werkomgeving. We betrekken jobconsulenten bij de klassenraden voor de derde graad van het secundair onderwijs. In het volwassenenonderwijs leggen we de nadruk op tweedekansonderwijs. Ook daar sturen we het aanbod bij in functie van de veranderende samenleving en arbeidsmarkt.

Met een Gents spijbelplan pakken we de groeiende spijbelproblematiek aan op een geïntegreerde manier. Vaak is spijbelen immers maar een symptoom van een veel groter, onderliggend probleem in de thuissituatie.

Gezondheidsopvoeding is onontbeerlijk in het onderwijs. We trekken volop de kaart van gezonde en lekkere maaltijden en tussendoortjes, waarbij kinderen mee oordelen in een smaaktest bij de aanbesteding. Elke school maakt ook een actieplan bewegen, om kinderen en jongeren meer te laten bewegen tijdens speeltijden en pauzes. Via de brede schoolwerking betrekken we sportclubs bij de school..

Versterken van leerkrachten en directies

Leerkrachten en directies moeten zich in de eerste plaats kunnen concentreren op hun basisopdracht: lesgeven. Veel te vaak wordt de aandacht van die taak vandaag immers afgeleid door allerhande bijkomende taken en administratieve lasten. Het ontzorgen van de leerkrachten en directies moet dus een van de belangrijkste prioriteiten zijn van het onderwijsbeleid. Waar mogelijk worden leerkrachten versterkt door extra uren ondersteuning en begeleiding, zowel door beroepskrachten als door vrijwilligers. Voor directies gaat het vooral om bijkomende administratieve ondersteuning en opleiding.

Via het Gents Onderwijscentrum, dat moet uitgroeien tot een expertisecentrum, staan we leerkrachten bij zodat ze uitgerust zijn om om te gaan met een steeds diversere en complexere samenleving, maar ook met nieuwe fenomenen zoals gebrek aan respect en zelfs geweld tegen leerkrachten. We zetten ook een specifieke recruteringscampagne op om een diverser leerkrachtenkorps te krijgen, met vooral meer mannen en mensen met een migratieachtergrond.

In het stedelijk onderwijs investeren we fors in nieuw lesmateriaal dat aansluit bij de digitale evolutie.

Studenten

Gent is de grootste studentenstad van Vlaanderen, met meer dan 75.000 studenten in het hoger onderwijs, wat een verdubbeling is op 20 jaar tijd. De aantrekkingskracht van Gent op studenten heeft vanzelfsprekend  te maken met de kwaliteit van onze Universiteit en de hogescholen, maar (zo blijkt uit onderzoek) ook met het imago van de stad zelf.

Universiteitssteden zijn per definitie broeihaarden van kennis en creativiteit, en aanwezigheid van studenten zorgt voor leven in de stad. Vele studenten blijven overigens ‘hangen’ in Gent na hun studies en houden zo de stad jong.

Toch is er ook een keerzijde aan de medaille. De snelle groei van het aantal studenten heeft gezorgd voor een aanzienlijke druk op de woonmarkt in een aantal wijken, en ook voor overlast (kotfuiven, nachtlawaai, afval).

Het kan niet de bedoeling zijn dat de huisvesting van studenten gezinnen verdringt op de woonmarkt. De voorbije jaren heeft het Stadsbestuur een aantal maatregelen genomen om dit tegen te gaan: er worden geen vergunningen meer afgeleverd voor het omvormen van gezinswoningen tot studentenkamers, studentenhuisvesting in ‘gewone’ appartementen is niet toegelaten en de vrijstelling van belasting op tweede verblijf werd verstrengd.

Mede als gevolg daarvan, heeft de markt alternatieve vormen van studentenhuisvesting ontwikkeld, als gemeenschapsvoorziening mét beheer. We trekken de gevoerde beleidslijn consequent door en gaan nog een stap verder, door de vrijstelling van belasting op tweede verblijf te beperken tot studentenwoningen in gemeenschapsvoorzieningen, en initiatieven te nemen om woningen te ‘ontkoten’ en terug beschikbaar te maken voor gezinnen.

Één studentenambtenaar bij de Stad is te weinig voor een populatie van 75.000 studenten. We bouwen de omkadering dus verder uit, en leggen de klemtoon niet alleen op onthaal en begeleiding, maar ook specifiek op leefbaarheid en overlast, in samenwerking met en met medewerking van de onderwijsinstellingen.

Welzijn & werk

We leven onmiskenbaar in een van de meest welvarende regio’s ter wereld, maar toch zijn er ook in 2018 in Vlaanderen en in Gent mensen, en zeker ook kinderen, die in armoede of eenzaamheid leven. Hoewel armoede vaak een complexe problematiek is, waarvan de oplossing niet alleen in de handen van de lokale overheid ligt, moeten wealle inspanningen leveren om mensen uit die armoede te tillen.

We doen dit niet door te pamperen of te betuttelen, wel door mensen te emanciperen, hen te leren op eigen benen te staan. Dit moet gebeuren op een efficiënte en effectieve manier, door de middelen te besteden aan maatregelen die werken, en niet aan ‘het systeem’.

Het doel van een welzijnsbeleid moet zijn om zoveel mogelijk zijn eigen reden van bestaan te elimineren – Ronald Reagan

Bovendien is een liberaal welzijnsbeleid een beleid van rechten en plichten: het is onze plicht als samenleving om mensen te helpen, en hun recht om op hulp en steun te kunnen rekenen, maar anderzijds heeft de samenleving ook het recht op een engagement van elke burger, en heeft die burger de plicht om het heft in eigen hand te nemen.

Het OCMW blijft de motor van het lokaal welzijnsbeleid

Het Decreet Lokaal Bestuur (DLB) voorziet een verregaande integratie van Stad en OCMW. De raden van beide instellingen zullen dezelfde zijn, en aan het hoofd komen één Algemeen en één Financieel directeur. De diensten worden geïntegreerd, wat uiteraard een grotere efficiëntie moet opleveren.

We willen van deze integratie gebruik maken om het volledige welzijnsbeleid onder te brengen in het OCMW. Op die manier worden alle overlappingen weggewerkt, en kan de vaak complexe problematiek, met componenten als armoede, gezondheid, huisvesting en onderwijs beter en gerichter worden aangepakt, zodat mensen ook echt vrij worden en niet levenslang in een afhankelijkheidsrelatie zitten.

In die aanpak staat de mens met zijn levenskeuzes centraal, niet de organisatie, de zuil of de instelling. Zorg moet laagdrempelig en toegankelijk zijn, en op maat van ieders behoefte. Het doel is om mensen te ondersteunen, maar ze tegelijk ook zelfredzaam te maken.

Voor nieuwkomers zetten we in de eerste plaats in op inburgering, waar lessen Nederlands uiteraard een must zijn, maar ook een training in het ‘Algemeen Dagelijks Leven’. Via ervaringsdeskundigen screenen we de toegankelijkheid van de dienstverlening, bijvoorbeeld inzake communicatie, begrijpbaarheid en betaalbaarheid. Drempels zijn immers niet steeds fysiek, en leiden er toe dat niet iedereen gebruik maakt van zijn basisrechten. We sporen dan ook de verborgen armoede actief op.

Vaak vinden mensen ook hun weg niet in het labyrint van hulpverleningsorganisaties en steunmaatregelen. We helpen hen actief om de weg te vinden. Anderzijds gaan we ook sociale fraude tegen door de controlecel te versterken, en zorgen we ervoor dat wie steun krijgt, ook de afspraken die daaraan verbonden zijn nakomt.

Kinderarmoede

Geen enkel kind verdient het in armoede op te groeien. Het niet aanpakken van kinderarmoede leidt immers bijna automatisch tot generatiearmoede. Het onderwijs heeft vanzelfsprekend een belangrijke rol in het detecteren van kinderarmoede. Scholen moeten een plek zijn waar kinderen zich veilig en geborgen voelen, en waar hun thuissituatie geen onderscheid verantwoordt.

Elk kind moet zich op school kunnen ontplooien en genieten van een gezonde warme maaltijd, kennis maken met sport en cultuur en leren studeren. Een belangrijke rol hierbij is weggelegd voor de brugfiguren, die ook de ouders proberen te betrekken. De school kan, in het kader van de brede schoolwerking, tegelijk ook een plek worden waar ook ouders na de schooluren terecht kunnen, bijvoorbeeld voor lessen Nederlands en inburgering.

Gent is momenteel overigens een van de weinige gemeenten waar aanvullende financiële steun wordt verleend, specifiek gericht op kinderarmoede. We willen dit onverkort verder zetten. Ook het toepassingsgebied van de Uitpas wordt uitgebreid naar kinderopvang en schoolmaaltijden.

Het project ‘Kinderen Eerst’ zet specifiek in op preventie en detectie van kinderarmoede. Momenteel heeft een samenwerking met 26 scholen geleid tot 189 hulpvragen, waarvan maar liefst 2/3 nog geen OCMW-steun kreeg. Dit project willen we veralgemenen, in de eerste plaats in de stedelijke scholen. Ook Kind & Gezin en andere netwerken worden actief betrokken als partner om precaire opvoedingssituaties vroegtijdig te detecteren.

Gezondheid

Armoede heeft een grote invloed op de gezondheid. Slechte huisvesting, ongezonde voeding, gebrek aan hygiëne en aan medische zorg zijn dikwijls een gevolg van armoede, wat leidt tot een vicieuze cirkel. Maar ook de psychische gezondheid komt in armoedesituaties onder druk. De Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg kampen momenteel met onaanvaardbaar lange wachtlijsten.

We willen dan ook de gezondheidskloof verkleinen door in te zetten op lokale zorgnetwerken en eerstelijnspsychologen. Om de medische kosten voor personen in armoede te beperken, passen we het derdebetalerssysteem automatisch toe.

Huisartsen vormen de eerste lijn in de gezondheidszorg, en hebben vaak een goed zicht op de gezondheidssituatie van gezinnen. Helaas is het ook voor hen vaak niet duidelijk naar welke gespecialiseerde dienst of hulpverlening ze kunnen doorverwijzen. Het OCMW maakt medewerkers vrij om de Gentse huisartsen hierin te begeleiden.

Het project Foodsavers is ontegensprekelijk een succes. Het ophalen van voedseloverschotten bij warenhuizen en veilingen, is niet alleen goed voor het milieu, maar zorgt ook voor de bevoorrading van sociale restaurants met gezonde voeding, vooral dan groenten en fruit. We bouwen dit project verder uit, zodat ook scholen en bijvoorbeeld wachtruimtes van welzijnsbureaus kunnen worden bevoorraad. We vragen overigens ook aan de federale overheid om de BTW-wetgeving te wijzigen ten voordele van dergelijke projecten.

Ouderenzorg

De komende jaren stijgt het aandeel senioren in de Gentse bevolking spectaculair. Tegen 2030 zullen er meer dan 60.000 60-plussers in Gent wonen, en bijna een derde daarvan zal zelfs ouder dan 80 zijn, die bovendien geconcentreerd zullen wonen in een aantal wijken en deelgemeenten.

We willen van Gent een leeftijdsvriendelijke stad maken, wat in de eerste plaats betekent dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig moeten kunnen beslissen over hun leven en hun zorg. Daarom voorzien we persoonsgebonden financiering, zowel voor thuiszorg, semi-residentiële als residentiële zorg.

Aangepaste woonvormen zorgen ervoor dat mensen zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven. Assistentiewoningen, kangoeroewonen of groepswonen moeten verspreid over de stad te vinden zijn. Om mantelzorgers even op adem te laten komen of een overgang in te bouwen na een ziekenhuisverblijf, breiden we het aanbod voor kortverblijf uit. Een nieuw concept is de mobiele mantelzorgwoning, waarbij een verblijfsunit tijdelijk wordt aangebouwd. We bouwen ook een steunpunt uit voor mantelzorgers.

Het toenemend aantal hoogbejaarden zorgt ook een toename van de dementieproblematiek. Maar liefst 31.000 Gentenaars zijn in hun omgeving betrokken bij dementie, een aandoening waarover nog steeds een taboe bestaat. Het experiment met een inloophuis voor mensen met dementie en hun mantelzorgers in het Buurtcentrum De Vaart toont aan dat hier nood aan is. We breiden deze dienstverlening uit naar andere buurtcentra en welzijnsbureau verspreid over de stad.

AZ Jan Palfijn

OpenVld Gent kiest bewust voor een sterk pluralistisch en onafhankelijk openbaar ziekenhuis. De voorbije jaren werd het gebouw van het AZ Jan Palfijn volledig vernieuwd, en het ziekenhuis profileert zich als innovatief, onder meer door het inzetten van technieken als robotchirurgie.

De algemene trend in het ziekenhuislandschap neigt naar meer ambulante zorg, het verminderen van de ligduur en specialisatie binnen regionale ziekenhuisnetwerken. Concreet betekent dit voor het AZ Jan Palfijn een afbouw van bedden en het reduceren van de kosten door werk te maken van een hogere efficiëntie. Het ziekenhuis evolueert de komende jaren naar een expertisecentrum voor specifieke aandoeningen.

De locatie van het ziekenhuis, op de topsportsite Watersportbaan, biedt opportuniteiten voor de uitbouw van een volwaardig sportmedisch centrum, in samenwerking met de UGent, Sport Vlaanderen en de Stad Gent, een uniek project in Vlaanderen.

Om de spoeddienst te ontlasten, herlocaliseren we de huisartsenwachtpost naar de terreinen van het ziekenhuis, zodat de link tussen eerste- en tweedelijnszorg versterkt wordt.

Werk en activering

Gent kampt de laatste jaren duidelijk met een zogenaamde arbeidsmarktparadox: enerzijds tal van vacatures die niet ingevuld geraken, en anderzijds een werkloosheid van meer dan 10%. Het staat buiten kijf dat de oorzaak van dit dubbel probleem ligt in het niet aangepast zijn van de arbeidsprofielen aan de vacatures.

Om deze mismatch weg te werken, sluiten we een Arbeidspact met de VDAB, de werkgevers- en werknemersorganisaties en de onderwijs- en opleidingsinstellingen. Door enerzijds werkzoekenden beter te begeleiden en te screenen, het opleidingsaanbod aan te passen, in te zetten op training en opleiding op de werkvloer, plaatsen te voorzien voor stages, duaal leren en werkplekleren, en na te gaan of vacatures soms niet te veel voorkennis vereisen, maken we competenties en potentieel belangrijker dan verworven diploma’s.

De VDAB moet Gentser worden, en zich specifiek richten op de Gentse arbeidsmarkt. Grootsteden en economische polen verdienen immers een aanpak op maat. Bovendien leggen we een verbinding tussen de aanpak en taken van de VDAB en het activeringsbeleid van het OCMW.

Opleiding en werk blijven de belangrijkste hefbomen om de armoedespiraal te doorbreken. Een job geeft niet alleen financiële, maar ook sociale zekerheid en zelfvertrouwen. Studies tonen aan dat wie twee jaar uit het arbeidscircuit is, of er nooit is in geraakt, nog moeilijk te activeren is. We moeten dus kort op de bal spelen, en snel werk maken van een activeringstraject op maat.

De opbouw van zo een maattraject kan putten uit tal van bouwstenen:

  • Vrijwilligerswerk
  • Sociale economie
  • Samenwerking met dienstenchequebedrijven
  • Instapjobs voor laaggeschoolden en kwetsbare werkzoekenden
  • Taalbaden op de werkvloer
  • Gemeenschapsdienst via het stedelijk Dienstenbedrijf

We richten een House of Skills op, als laboratorium waar loopbaanprogramma’s worden ontwikkeld, en waar assessments, competentiescans, loopbaanadvies en trainingen worden aangeboden, met een sterke nadruk op zowel oudere als jongere werkenden. Het Beroepenhuis, waar jongeren kunnen kennismaken met een scala aan mogelijke werkomgevingen, wordt gemoderniseerd.

OpenVld is voorstander van pratijktesten om discriminatie op de arbeidsmarkt op te sporen en aan te pakken, maar wel gericht, gestoeld op wetenschappelijke basis en zonder een heksenjacht te ontketenen en bedrijven publiek aan de schandpaal te nagelen.

In de uitvoering van het stedelijk beleid doen we maximaal een beroep op de sociale economie. Het stedelijk Dienstenbedrijf wordt uitgebouwd tot sociale economiepoot voor Stad en OCMW voor opdrachten binnen de Groep Gent, zonder de bestaande markt te verstoren door opdrachten voor particulieren of bedrijven uit te voeren.

Veiligheid en Samenleven

Voor liberalen is het zorgen voor maximale vrijheid en ontplooiingskansen voor elk individu de kern van hun politieke en maatschappelijke handelen. Het garanderen van veiligheid, zijnde het creëren van de omstandigheden waarin mensen hun vrijheid en zelfontplooiing kunnen realiseren zonder hun eigen integriteit of die van anderen aan te tasten, waarin eigendomsrechten worden gerespecteerd en waarin de persoonlijke levenssfeer wordt beschermd, is dan ook een kerntaak van de overheid. De zorg voor veiligheid is echter ook een verantwoordelijkheid van eenieder in de samenleving: respect voor elkaar en voor de basisregels van de samenleving is een noodzakelijke voorwaarde voor een democratische rechtsstaat.

Wie vrijheid opoffert voor veiligheid is beiden niet waard – Benjamin Franklin

Uw politie altijd nabij

De slogan van de Gentse politie is niet toevallig gekozen. De Gentse Flikken hebben een lange traditie van gemeenschapsgerichte politiezorg en nabijheidspolitie. De voorbije jaren is dit evenwel een beetje ondergesneeuwd geraakt door aanhoudende terreurdreiging en het voortdurend opeisen van Gentse politiemensen voor opdrachten buiten Gent.

Nochtans is de gemeenschapsgerichte politiezorg eigenlijk een vorm van preventie. Door zichtbaar aanwezig te zijn in de wijken, en aanspreekbaar voor de bevolking, houdt de politie voeling met de ganse samenleving. Overlast, criminaliteit en radicalisering kunnen op die manier in een vroeg stadium worden opgespoord en de kop ingedrukt.

We willen dus terug volop de kaart trekken van de wijkwerking, zowel in de bereikbaarheid van de commissariaten als in de aanwezigheid van de wijkpolitie in het straatbeeld, onder meer door voet- en fietspatrouilles. Voor niet-dringende meldingen of vragen is de wijkpolitie telefonisch en via mail bereikbaar, of persoonlijk op afspraak in het commissariaat, in het Wijkkantoor of thuis.

De wijkpolitie communiceert op geregelde tijdstippen over acties in de wijk, ook via bewonersgroepen en wijkgebonden (sociale) media. Elk wijkcommissariaat organiseert jaarlijks een opendeur voor de wijkbewoners. We stimuleren bewoners ook om zich te abonneren op de dienst Be-Alert, zodat ze spontaan op de hoogte gehouden worden in geval van alarm of rampen.

Een uitbreiding van het operationeel kader moet in de eerste plaats ingezet worden bij de wijkpolitie en in het overlastteam. We blijven aandringen bij de federale overheid om eindelijke de financieringsnorm gelijk te zetten met de werkelijke bezetting, en om de lokale politie te ontlasten van oneigenlijke taken. Alleen al het overnemen van de bewaking van de justitiepaleizen door een federaal veiligheidskorps zou maar liefst 30 VTE vrijmaken voor essentieel politiewerk in eigen stad.

We trekken volop de kaart van de digitalisering, zowel in de communicatie (door aanwezigheid op sociale media) als in de dagelijkse werking. We voorzien tablets en smartphones, met gespecialiseerde software en uiteraard met een veilige communicatie, voor al het politiepersoneel, moet er voor zorgen dat het administratieve werk tot een minimum wordt herleid, waardoor de ploegen maximaal op straat aanwezig zijn. Ook de bouw van een nieuw centraal politiehoofdkwartier op de site van de federale politie aan de Groendreef kan zorgen voor efficiëntiewinst.

Camera’s zijn vandaag een handig hulpmiddel bij het politiewerk, maar kunnen natuurlijk nooit de aanwezigheid van de politie op het terrein vervangen. Bovendien passen we als Gentse liberalen voor een samenleving waarin iedereen voortdurend bespied wordt door de overheid. Privacy is immers een grondrecht, wat betekent dat beelden slechts een beperkte termijn bewaard worden, en dat het gebruik ervan uitsluitend gebeurt voor vooraf bepaalde doeleinden, en transparant is geregeld. We kiezen dan ook voor het selectief inzetten van camera’s, bijvoorbeeld in zones met een aanhoudende overlastproblematiek, zoals de Zuidbuurt en de Overpoortstraat. De bestaande en bijkomende ANPR-camera’s worden mee ingeschakeld voor misdaadbestrijding. Voor grootschalige evenementen en publieke manifestaties zoals de Gentse Feesten en de Gentse Winterfeesten werken we met plug-in-camera’s voor crowd control via het glasvezelnetwerk. We breiden ook het netwerk van vaste snelheidscamera’s uit.

De illegale economie (schijn-vzw’s, illegale horeca) en georganiseerde bedelarij pakken we aan met gecoördineerde acties met andere diensten zoals de sociale en de arbeidsinspectie, de Douane, de federale gerechtelijke politie, …

Het sluitstuk van de gemeenschapsgerichte politiezorg is de opvang en nazorg van slachtoffers. Nu reeds levert het Zorgcentrum Seksueel Geweld (een samenwerking tussen de lokale politie, het parket en het UZGent) uitstekend werk. We willen dit model uitbreiden naar andere domeinen en delicten, en een mobiel zorgteam oprichten voor persoonsdelicten (geweldpleging, overvallen) en inbraken.

Samenleven

Samenleven in een diverse stad is niet altijd evident. Bovendien worden we meer en meer geconfronteerd met complexe problemen, die zowel een sociale, financiële als vaak ook gerechtelijke component hebben.

Momenteel worden deze complexe probleemsituaties nog al te vaak benaderd vanuit eigenheid en achtergrond van de hulpverleners. We willen dan ook naar een echt geïntegreerd model, waarbij iedereen op het terrein (straathoekwerk, buurtwerk, OCMW, sociale regisseurs, politie, welzijnsorganisaties) overlegt en een geïntegreerd traject op maat ontwikkelt. Het outreachend werken, waarbij men mensen niet naar de voorzieningen haalt, maar zelf naar mensen toestapt, wordt versterkt, onder meer door te werken met een trajectcoach. Dit vermijdt ook dat mensen meerdere keren hetzelfde verhaal moeten vertellen, of verloren lopen in de complexe wereld van de hulpverlening.

Ook in de deelgemeenten neemt de vergrijzing sterk toe de komende jaren. De lage bouwdichtheid van die wijken, en het gebrek aan voorzieningen op wandelafstand, houdt het gevaar in op sluipende vereenzaming. We moeten hier bijzondere aandacht voor hebben, en samenwerken met vrijwilligers en het bestaande middenveld, maar ook met nieuwe initiatieven zoals Helpper.

Participatie en co-creatie

Gent heeft een lange traditie in inspraak en participatie. Toch moeten we de laatste jaren vaststellen dat participatie meer en meer een zaak wordt van hoogopgeleide tweeverdieners. Dit kan niet de bedoeling zijn. Het moet onze ambitie zijn om ieders stem te horen.

Burgers willen meer en meer betrokken worden bij de vormgeving van hun stad. Daarom is het essentieel om de huidige inspraaktrajecten te laten evolueren naar echte co-creatie, waarbij burgers en ondernemers van bij de start betrokken worden. Zeker bij ingrepen in de publieke ruimte biedt dit een absolute meerwaarde. De open-ontwerpateliers die gehouden zijn voor de heraanleg van Drongenplein en Oostakkerdorp kunnen als voorbeeld dienen voor toekomstige projecten.

In 2017 werd voor het eerst geëxperimenteerd met een burgerbudget. Uit de evaluatie blijkt duidelijk dat we dit in de toekomst anders moeten aanpakken. Het werken met projecten en de pop-poll om die projecten te selecteren, heeft er voor gezorgd dat vooral georganiseerde groepen in de samenleving hun project kunnen realiseren. Wij pleiten dan ook voor een andere aanpak, waarbij burgers keuzes kunnen maken voor de besteding van een deel van het uitvoeringsbudget van de Stad. Dit model wordt momenteel gehanteerd in het District Antwerpen. Hiervoor trekken we in een eerste fase een budget uit van 250.000 euro per wijk, wat 6,25 miljoen betekent voor de ganse stad.

Na bijna 15 jaar werking is het ook tijd voor een grondige evaluatie van de doelstellingen van Wijk aan Zet, en moet onderzocht worden of deze middelen niet beter worden gekoppeld aan het Burgerbudget.

Stadsontwikkeling en wonen

Weinig beleidsdomeinen zijn zo actueel als wonen. De groei van onze stad, met maar liefst 38.000 inwoners en meer dan 30.000 studenten de voorbije 20 jaar alleen al, heeft een onvoorstelbare druk gezet op de woonmarkt. De prijzen van woningen en appartementen in Gent zijn dan ook bijna geëxplodeerd, en maken het voor vele (jonge) gezinnen niet evident om een betaalbare woning te vinden in onze stad.

Tegelijkertijd zijn de wachtlijsten in de sociale huisvesting niet korter geworden, wel integendeel, en is een groot stuk van het sociaal woningpatrimonium verouderd en voldoet het niet meer aan de eisen van comfort en energiezuinigheid.

Het is hoog tijd voor actie, waarbij de platgetreden paden verlaten worden, met een actief en proactief beleid, zowel inzake stedenbouwkundige regels, woondiversiteit als met een nieuwe aanpak voor sociaal wonen, waarbij niet het systeem, maar mensen centraal staan. Stedelijk wonen biedt bovendien heel wat voordelen: kortere verplaatsingen, mogelijkheden om stromen (verkeer, afval, energie, …) te bundelen, een aanbod van werk en ontspanning, … Stedelijk is dus niet zomaar de toekomst: de toekomst is de stad.

Een integraal en dynamisch stadsontwikkelingsbeleid

Gent is een bijzonder populaire stad om te studeren en te wonen. Sinds het dieptepunt in 1998, met nauwelijks 224.000 inwoners, is onze stad gegroeid tot 262.000 inwoners, en de demografische modellen voorspellen een groei tot 300.000 inwoners tegen 2050. Tegelijk steeg het aantal studenten in onze stad (die er wel wonen, maar niet zijn ingeschreven) van 40.000 tot ruim 75.000. Op nauwelijks 20 jaar tijd is onze stad dus gegroeid met een populatie die vergelijkbaar is met de volledige stad Ninove.

Het is dus duidelijk dat het woningenbestand deze evolutie nauwelijks kan bijbenen. Gewoon meer bouwen, of open ruimte verder verkavelen zoals de voorbije decennia gebeurde, is evenwel geen optie meer. Bovendien is woonontwikkeling bepalend voor andere beleidsdomeinen, zoals dienstverlening, mobiliteit en werk.

 

We moeten dus werk maken van een integraal stadsontwikkelingsbeleid, dat domeinen als openbaar groen, energie en mobiliteit tegelijk mee beschouwt. Stedenbouwkundige regels moeten bouwen aanmoedigen waar het kan, om zo het aanbod te vergroten. De belasting op onbebouwde gronden begint trouwens te doen waarvoor ze in het leven is geroepen, namelijk nieuwe bouwkavels op de markt brengen. De parkeernormen voor nieuwe projecten worden herbekeken, zodat die projecten ‘zelfvoorzienend’ zijn en hun parkeerbehoeften niet moeten afwentelen op het openbaar domein.

Meer mensen op dezelfde oppervlakte betekent hoe dan ook verdichten, zowel in de kernstad als tot op zekere hoogte in de rand. Verdichten betekent evenwel niet alles volzetten met standaardwoningen of appartementen, of een schaalbreuk veroorzaken in de randstedelijke dorpsgemeenschap in sommige deelgemeenten.

De voorbije decennia is sterk ingezet op de herwaardering van de 19de-eeuwse gordel. Dit was ook absoluut noodzakelijk, gezien de vaak kleine en onaangepaste huizen daar. Stadsvernieuwingsprojecten als Zuurstof voor de Brugsepoort, Bruggen naar Rabot en Ledeberg Leeft zijn stilaan succesvol afgerond, en de betrokken wijken zijn opnieuw aantrekkelijke woonbuurten geworden, waar tal van jonge gezinnen zich vestigen. We werken de komende tien jaar die 19de-eeuwse gordel af met En Route (Dampoort) en Muide-Meulestede Morgen.

In de komende jaren zal de focus verschuiven naar de zogenaamde 20ste-eeuwse gordel. Daar vinden we vaak te grote percelen en woningen die nooit kunnen voldoen aan de hedendaagse normen van comfort en energiezuinigheid. Veel van deze woningen zijn in eigendom van de babyboomers, die stilaan uitkijken naar kleinere woningen met minder onderhoud of zonder trappen. Er dient zich dus een perfecte gelegenheid aan om deze percelen te herontwikkelen naar kleinere grondgebonden woningen of kleine projecten van meergezinswoningen. Ook het Masterplan voor Nieuw Gent voeren we uit.

In elk van die projecten wordt voldoende private of gedeelde buitenruimte voorzien, naast publieke groen- en speelvoorzieningen. We stellen immers vast dat het gebrek daaraan de voornaamste reden is voor dertigers om de stad te verlaten.

In de kernstad, en vooral dan aan de stadsring, is hoger bouwen de norm. Zes tot tien bouwlagen is op vele locaties perfect haalbaar. De meerwaarde die hierbij gecreëerd wordt voor de eigenaars, wordt via het instrument van planbaten geherinvesteerd in openbaar domein en het vrijwaren van open ruimte. Ook boven warenhuizen, zoals bijvoorbeeld aan de Watersportbaan, kunnen woningen gebouwd worden. Het project Oude Dokken wordt versneld gerealiseerd, en voor andere sites worden convenanten opgemaakt om sneller te kunnen bouwen.

We passen het bouwreglement aan om nieuwe woonvormen nog soepeler toe te laten, zoals kangoeroewonen, cohousing, friendswonen of wonen boven winkels. Om dat laatste te stimuleren, gaan we na of en waar de toegang tot de bovenverdiepingen kan worden gerealiseerd via de achterzijde (bijvoorbeeld Lange Munt en Veldstraat, langs het water), om te vermijden dat een deel van de handelsruimte moet sneuvelen om een toegang te maken.

Door studenten te verwijzen naar aangepaste projecten voor studentenhuisvesting als gemeenschapsvoorziening, kunnen tal van woningen opnieuw geschikt gemaakt worden voor gezinnen. ‘Ontkoten’ zal niet alleen de druk op de woningmarkt verlichten, maar ook de leefbaarheid in sommige buurten ten goede komen.

Investeerders en ontwikkelaars klagen vaak over de starheid van het stedenbouwkundig beleid in Gent. De invoering van de omgevingsvergunning en de digitalisering van de aanvragen doet de administratieve last wel afnemen, maar er moet vooral meer aandacht besteed worden aan gesprekken en vooroverleg, vooraleer de aanvraag formeel wordt ingediend. Het spreekt voor zich dat de afspraken die uit dat vooroverleg voortvloeien, ook bindend moeten zijn voor zowel de ontwikkelaar als de administratie.

Instrumenten als de woningtypetoets en het bouwreglement leiden vandaag te vaak tot een starre, behoudende visie. Met de huidige reglementering zou het Belfort of de Boekentoren nooit vergund zijn! Er is dus nood aan een nieuwe, integrale visie op stedelijke ontwikkeling, die ook rekening houdt met milieu, mobiliteit en veiligheid. Daarom ontwikkelen we een nieuw, geïntegreerd en soepel instrument om de bestaande te vervangen.

Sociaal woonbeleid

Het sociaal woonbeleid in Vlaanderen is letterlijk aan het einde van zijn Latijn. Het huidige financieringssysteem leidt er toe dat elke nieuwe sociale woning de huisvestingsmaatschappij opzadelt met een verlies, en dat gedurende vele jaren. Zoals we nu bezig zijn, stevent het sociaal huisvestingsbeleid regelrecht op een faillissement af.

Als liberalen zijn we al lang voorstander van een ander systeem, waarbij niet de stenen, maar de mensen worden betoelaagd. Sociale huurders dus, en geen sociale woningen. Op die manier vermijden we niet alleen concentraties van sociale woningen in bepaalde wijken, maar ook onoordeelkundige besparingen op kwaliteit bij bouw en onderhoud, maar ook dat mensen ten gevolge van een gewijzigde gezinssituatie uit hun woning worden gezet. Bovendien kan sociale huur, via een derdebetalersregeling, ook privaat kapitaal mobiliseren door gebruik te maken van financieringsinstrumenten zoals Bevaks. Een dergelijke benadering bevordert ook de woondiversiteit, en creëert een natuurlijke in plaats van een geforceerde sociale mix.

Aangezien een dergelijke benadering een fundamentele wijziging van het Vlaams beleid vergt, focussen we op korte termijn op het aanpakken van het bestaande systeem. Ruim de helft van de sociale woningen in Gent wordt beheerd door de publieke huisvestingsmaatschappij WoninGent. Een groot deel van het patrimonium is verouderd en voldoet niet langer aan de Vlaamse Wooncode. De komende jaren zal de prioriteit dus moeten gaan naar renovatie en herontwikkeling, eerder dan naar het ontwikkelen van nieuwe projecten.

Voor grote projecten, zoals het masterplan voor Nieuw Gent, zal behalve naar de klassieke Vlaamse financiering ook moeten gezocht worden naar private financiering, Europese subsidies en inbreng van eigen middelen, bijvoorbeeld door de verkoop van een deel van het eigen patrimonium (zoals de woningen in het Carmersklooster), dat niet of slechts tegen onaanvaardbaar hoge kosten kan gerenoveerd worden.

Tegelijk moet ook de leegstand van sociale woningen aangepakt worden. Een deel van de leegstand heeft weliswaar te maken met het ‘ontruimen’ van woningen in afwachting van sloop of renovatie, maar een aanzienlijk aantal sociale woningen kan met kleine technische ingrepen op korte termijn opnieuw beschikbaar gemaakt worden. Een goede projectplanning kan de tijd tussen de start van het leegmaken van een gebouw en de sloop of renovatie versnellen. Ook een goede planning en voldoende financiering voor onderhoud zijn noodzakelijk. Anno 2018 kunnen we ons er niet meer vanaf maken met te stellen dat mensen blij mogen zijn dat ze woning hebben, ook al staat er schimmel op de muren.

Om de wachtlijsten te verkorten, geven we prioriteit aan Gentenaars of mensen die een aantoonbare binding hebben met Gent als kandidaat-huurder.

Leegstand en dakloosheid

De nieuwe wet tegen kraken, op initiatief van OpenVld, lijkt voorlopig een eind te hebben gemaakt aan het (vooral Gentse) kraakprobleem. Kraken is voor de liberalen immers een onaanvaardbare aantasting van het eigendomsrecht, en kan onder geen enkel beding worden getolereerd.

Aan de andere kant moet er uiteraard ook streng worden opgetreden tegen leegstand en verwaarlozing. De leegstandsheffing is de voorbije jaren fors opgetrokken, met de bedoeling leegstand te doen ophouden, of het pand terug op de markt te brengen. De controle en detectie moeten evenwel worden uitgebreid en opgevoerd. Onder bepaalde voorwaarden is het onteigenen van langdurig leegstaande panden en stadskankers voor OpenVld aanvaardbaar. Dergelijke stadskankers trekken immers criminaliteit en krakers aan, en tasten de leefbaarheid van een hele buurt aan. Voor de onmiddellijke buren kunnen ze zelfs schade aan hun woning veroorzaken.

Wat dakloosheid betreft, kunnen we niet aanvaarden dat kinderen op straat slapen. We zetten dan ook in op een goede nachtopvang op een permanente, vlot bereikbare en goed uitgeruste locatie, zeker voor gezinnen. Ook het aantal transitwoningen, noodwoningen en doorgangswoningen wordt uitgebreid. Aan de andere kant zetten we, in samenwerking met de Vlaamse en federale overheid, ook hard in op het bestrijden van huisjesmelkerij, matrassenverhuur en sociale uitbuiting.

Mobiliteit en openbaar domein

Geen item was de voorbije jaren zo controversieel als het mobiliteitsbeleid. Vooral de invoering van het circulatieplan voor de Gentse binnenstad heeft geleid tot commotie en vaak ook tot polarisering tussen voor- en tegenstanders, niet altijd gepaard gaand met onderbouwde en fijnzinnige argumenten. Mobiliteit is evenwel niet alleen in Gent veelbesproken. Ook andere steden in Vlaanderen kampen met gelijkaardige problemen in hun vaak historische stadskernen, en Vlaanderen rijdt zich langzaam maar zeker letterlijk vast, met alle economische en ecologische gevolgen van dien.

OpenVld wil een vooruitziend en toekomstgericht mobiliteitsbeleid voeren, dat niet gericht is tegen de een of de andere verplaatsingswijze, geen mensen wil uitsluiten, en de stad ook echt bereikbaar wil houden. Maar aan de andere kant zijn ook luchtkwaliteit, leefbaarheid van woonwijken, de invulling van de publieke ruimte en verkeersveiligheid elementen waarop we willen inzetten. We hebben daar als liberalen trouwens een lange traditie in: al in 1997 werd een eerste mobiliteitsplan ingevoerd, onder liberale leiding, met onder meer de creatie van het dan grootste winkel-wandelgebied van het land. Wie vandaag in de binnenstad rondloopt, zal moeten erkennen dat dit een goede zaak is geweest voor de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van de Gentse Kuip, voor handelaars, bezoekers, werknemers en bewoners.

De toenemende mobiliteitsdruk zorgt, zeker in een dichtbevolkte stad, ook voor frustraties en ergernissen van weggebruikers tegenover elkaar. Er moet dus dringend gewerkt worden aan meer respect tussen de weggebruikers, en het wegnemen van conflicten. Automobilisten en fietsers passen hun snelheid aan. Auto’s horen niet thuis op het fietspad, en fietsers niet op wandelpaden en in verkeersvrije straten.

Aanpassingen aan het circulatieplan

Het circulatieplan dat in april 2017 werd ingevoerd, lijkt in grote lijnen te werken. Onder impuls van de liberalen werden knelpunten bijgestuurd. De bereikbaarheid van het centrum is niet verminderd voor bezoekers, wat ook bewezen wordt door de passantentellingen. We stellen bovendien vast dat de filelast binnen de stadsring is verminderd, wat de leefkwaliteit ontegensprekelijk ten goede komt.

Het huidige circulatieplan is een dynamisch gegeven. Verkeer gedraagt zich immers als water, het vindt altijd zijn weg. We willen dus de komende jaren verder evalueren en bijsturen waar nodig, zonder de fundamentele keuzes onderuit te halen, zoals het weren van doorgaand verkeer in de binnenstad.

Wel zijn we er van overtuigd dat er buiten het centrum nog heel wat werk aan de winkel is. Zo zijn we gevoelig voor de kritiek dat de knippen aan het Rabot en de Brugsepoort deze wijken letterlijk hebben afgesneden van de rest van de stad. We willen dan ook het evenwicht tussen verkeersleefbaarheid (die merkelijk is verbeterd in de beide wijken) en bereikbaarheid herstellen door de knippen te vervangen door verkeersleefbaarheidsplannen, die bereikbaarheid, vooral dan van de handelsassen Bevrijdingslaan – Phoenixstraat en Wondelgemstraat, verzoenen met het weren van doorgaand verkeer in de woonstraten.

Ook voor de woonwijken buiten de R40 en in de deelgemeenten willen we verkeersleefbaarheidsplannen uitwerken en invoeren, inclusief een veralgemeende zone 30 in de woonstraten en vlot verkeer in de verbindings- en wijkontsluitingsstraten.

Te voet

Aangezien iedereen wel eens voetganger is, heeft de voetganger voor ons absolute prioriteit, en is hij de maat van de inrichting van het openbaar domein. Zeker voor senioren, maar ook voor kinderen of mensen met een beperking, is wandelen (al dan niet met de rolstoel) vaak de enige manier om zich te verplaatsen. Voetgangers zijn ook de meest kwetsbare weggebruikers.

Voor voetgangers is het niet altijd comfortabel om zich te verplaatsen in Gent. Ondanks stevige investeringen in de heraanleg van trottoirs, is een bijkomende inspanning in het kader van het trottoiractieplan noodzakelijk, waarvoor de nodige budgetten moeten worden voorzien. Ook obstakels op het trottoir, zoals straatmeubilair, elektriciteitskasten of fietsen zijn uit den boze. De norm voor de obstakelvrije doorgang, zoals nu al voorzien in het terrasreglement, wordt algemeen doorgetrokken. Voertuigen, of het nu auto’s, moto’s of fietsen zijn, horen niet thuis op het trottoir, maar in een stalling of op een parkeerplaats. In het trottoiractieplan wordt voorzien dat drempels of verhoogde boordstenen maximaal worden weggewerkt, en straten worden buggy-, rolstoel- en rollatorvriendelijk aangelegd, door maximaal gebruik te maken van monoliete materialen of door voegen te verharden.

Het netwerk van trage wegen wordt uitgebreid en aaneengeschakeld, en in de binnenstad worden de jaagpaden voorbehouden voor wandelaars. Op de R40 en de invalswegen worden veilige voetgangers- (en fiets-) oversteken voorzien.

Met de fiets

Fietsen is vaak de gemakkelijkste en snelste manier om zich te verplaatsen in de stad. De opkomst van de elektrische fiets zorgt ervoor dat ook grotere afstanden, vooral in het woon-werkverkeer, overbrugbaar worden, hoewel fietsen duidelijk niet voor iedereen een alternatief is.

Om van de fiets een echt alternatief te maken, is uiteraard een goede infrastructuur nodig. We bouwen dan ook versneld verder aan het regionale netwerk van fietssnelwegen voor lange afstand, ook in het havengebied, en van comfortabele invalsroutes naar de binnenstad, onder meer door de aanleg van fietsstraten, waar mogelijk gescheiden van routes voor het openbaar vervoer en de auto. Zwarte punten en conflictpunten tussen auto en fiets worden weggewerkt.

Langs deze routes voorzien we op geregelde afstanden rust- en stallingsplekken, zeker ter hoogte van winkelconcentraties of knooppunten met het openbaar vervoer op publieke voorzieningen.

Algemeen is er een fors tekort aan comfortabele en veilige fietsstallingen in Gent. Willen we vermijden dat fietsen op het trottoir of ergens in het wilde weg geparkeerd worden, dan moeten we voorzien in degelijke stallingen. Het gaat dan om klassieke rekken op straat, maar ook om buurtstallingen of inpandige fietsstallingen, waar mogelijk met automatische stapeling van fietsen, en gecombineerd met materiaal om kleine herstellingen uit te voeren en oplaadpunten voor elektrische fietsen. Tegelijk treden we streng op tegen het ‘wildparkeren’ van fietsen, zoals we dat ook doen voor auto’s.

Ook de invoering van een fietsdeelsysteem, zoals nu al onder meer in Brussel en Antwerpen is geïmplementeerd, kan de fietsparkeerdruk verminderen, en in de plaats komen van de diverse fietssystemen die vandaag bestaan.

Met tram, trein of bus

Openbaar vervoer gedijt het best in een stedelijke omgeving. Alleen daar is er immers voldoende dichtheid om grote investeringen in deze publieke dienstverlening te verantwoorden. Helaas moeten we vaststellen dat het openbaar vervoer in Gent al decennia verwaarloosd wordt: gebrek aan investeringen in netuitbreiding, te lage frequentie op de hoofdlijnen, het dagnet dat veel te vroeg gaat slapen en dus geen alternatief biedt voor wie een avondje van de rijke Gentse cultuurscène wil genieten. De laatste jaren gaan er meer kilometers tramnet verloren door gebrekkig onderhoud en tekort aan middelen dan er bij komen.

De centralisering van het openbaar vervoer, zonder inspraak van de lokale besturen, botst duidelijk op zijn grenzen. Bovendien hebben lokale besturen geen enkele greep op een belangrijke factor om het mobiliteitsbeleid te sturen. De beperktere autotoegankelijkheid die de voorbije jaren in vele steden in Europa, bijvoorbeeld in Frankrijk, is ingevoerd, ging systematisch gepaard met de uitbouw van een snel, comfortabel en betrouwbaar openbaar vervoer. De invoering van de zogenaamde vervoersregio’s is een nuttige eerste stap, maar niet voldoende. Wij willen echte zeggenschap voor de Stad Gent in de lijnvoering, de frequentie en de keuze van prioriteiten rond netuitbreiding en vertramming.

Als liberalen willen we een modern en performant openbaar vervoer, met onder meer een dubbele cirkellijn, met trams langs de R40 en bussen langs de R4. Deze laatste lijn moet verplaatsingen tussen de kernen van de deelgemeenten vlotter maken. Het is in 2018 niet meer te verantwoorden dat wie van Mariakerke naar Drongen wil, eerst langs de Korenmarkt moet reizen. Eigen beddingen en verkeerslichtenbeïnvloeding moeten voor een grotere betrouwbaarheid en kortere reistijden zorgen.

Cirkellijnen, die verknopen met de radiale verbindingslijnen op plekken waar ook P&R, parkings en fietsstallingen voorzien zijn, zorgen er ook voor dat niet alle regionale buslijnen dwars door het centrum moeten. Op die manier kan het autovrij gebied maximaal vrij gehouden worden van gemotoriseerd verkeer. We willen ook, mede in het licht van de Lage Emissiezone, inzetten op milieuvriendelijke bussen, vooral CNG, zodat er tegen 2025 geen vervuilende bussen meer rondrijden in Gent Naar buitenlands voorbeeld worden in de binnenstad trams ingezet die hun elektriciteit halen via een grondrail of accu’s, zodat we eindelijk verlost zijn van de bovenleidingen die onze monumenten ontsieren.

Voor de fijnmazige ontsluiting van wijken, en op dalmomenten, kan een samenwerking met de taxisector soelaas bieden. Tegen 2025 moeten alle taxi’s in Gent overigens omschakelen op elektrische aandrijving of CNG.

De NMBS moet eindelijk werk maken van een echt voorstadsnet, waarbij de lokale stations zoals Wondelgem, Drongen en Gentbrugge volwaardig deel uitmaken van het openbaar transportnet.

Het uitblijven van investeringen in openbaar vervoersverbindingen met onze twee belangrijkste economische ontwikkelingsdoelen, met name de haven en de zuidelijke mozaïek, vormt ronduit een bedreiging voor de economische groei, de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid. Voor de haven willen we lijn 204 langsheen de Kennedylaan bedienen met passagierstreinen, bij voorkeur via een proefproject met waterstoftreinen, zodat een dure elektrificatie niet nodig is. Voor de zuidelijke mozaïek kunnen we ook niet wachten tot er misschien ooit eens een tram komt. We pleiten dan ook voor alternatieve oplossingen, in een samenwerking tussen de Stad Gent en de privé-sector, zoals een skytram of een monorail, die sneller en goedkoper kunnen worden gerealiseerd. Gent heeft ook een goed uitgebouwd netwerk van waterwegen, die kunnen worden ingezet voor vervoer van personen en goederen.

Met de auto

Ondanks alle mogelijke alternatieven blijft de auto voor veel mensen een onmisbaar vervoermiddel. Een anti-autobeleid is dan ook een keuze waar wij als liberalen uitdrukkelijk niet voor staan. De volledige stad moet bereikbaar blijven met alle vervoersmiddelen, ook met de auto.

Vanuit de vaststelling dat de meeste wagens een groot deel van de tijd stilstaan, willen we voluit de kaart trekken van autodelen, zeker voor de tweede gezinswagen. Niet alleen bestaande verenigingen en initiatieven moeten hierin betrokken worden, ook de autofabrikanten zelf springen op die kar. Om autodelen te bevorderen, willen we kosteloos parkeren invoeren voor deelwagens over het ganse grondgebied.

We voorzien een dubbele ring van P+R, langs de R40 en R4 op de knooppunten met invalswegen, stamlijnen van het openbaar vervoer en regionale fietsroutes:

  • Wondelgem (Zeeschipstraat)
  • Watersportbaan
  • The Loop
  • Ghelamco-arena
  • Gentbrugge (uitbreiding bestaande P+R met een extra verdieping)
  • Oostakker
  • Weba (met een extra verdieping)

Al deze randstedelijke P+R worden met de binnenstad verbonden met rechtstreekse shuttles zodat de reistijden echt concurrentieel worden met zelf doorrijden.

Maar ook in de binnenstad blijft de auto welkom. Zo breiden we de capaciteit van de parking Zuid uit met 1000 plaatsen, met een rechtstreekse ondergrondse inrit in de plaats van het viaduct van de B401, wat meteen ook de uitbreiding van het Zuidpark tot een echt Central Park. Het Graaf van Vlaanderenplein wordt op die manier een echt theaterplein, met referenties naar het oorspronkelijke plein toen het Zuidstation nog bestond. Door het  autoverkeer én het busstation ondergronds te brengen, kunnen we ook het Woodrow Wilsonplein herinrichten tot een echt plein, met groen en waterpartijen, als ontmoetingsplek en scharnier tussen het nieuwe Stadskantoor, het winkelcentrum en cultuurpolen als De Krook, het Wintercircus, de Vooruit en de Capitole.

In alle kernwinkelgebieden, zowel in de binnenstad als in de deelgemeenten, en in de zogenaamde schakelstraten, voorzien we shop&go plaatsen voor kortparkeren, die gehandhaafd worden met automatische sensoren, zoals nu al in Kortrijk en Leuven het geval is.

De stedelijke ondergrondse parkings worden ingebracht in een PPS-structuur, zodat het beleid nog wel kan sturen, maar zich niet meer moet bezighouden met de exploitatie van openbare parkings. De parkeertarieven worden ook in de toekomst verfijnd en bijgestuurd waar nodig.

Voor zorgverstrekkers voorzien we via een aparte vergunning een uur gratis parkeren (‘zorgparkeren’), om hen toe te laten hun patiënten op een adequate manier te behandelen.

We voorzien buurtparkings om het straatparkeren te bundelen en zo meer ruimte vrij te maken op straat voor groen, voetgangers, fietsers en spelende kinderen. Om parkings van bedrijven en warenhuizen ook na de openingsuren bruikbaar te maken, schakelen we een parkeermakelaar in. Bij stadsvernieuwingsprojecten, zoals in de wijk Heilig Hart of in Nieuw-Gent, wordt van bij aanvang ruimte voorzien voor halfondergrondse buurtparkings met op het dak groen of sport- en speelmogelijkheden.

Elektrisch rijden wordt steeds populairder, en de invoering van de Lage Emissiezone zal ongetwijfeld een extra boost geven, samen met het steeds goedkoper en betrouwbaarder worden van elektrische wagens. Vanzelfsprekend moet dan ook de nodige laadinfrastructuur worden voorzien, zowel in ondergrondse parkings als op straat. We gaan het gesprek aan met de aanbieders van laadsystemen om een universeel betalingssysteem uit te werken, zoals we ook al hebben gedaan met digitaal parkeren. Elektrische voertuigen kunnen ook genieten van lagere parkeertarieven.

Het budget voor heraanleg en onderhoud van wegen wordt verhoogd, en we dringen bij Vlaanderen aan op een snelle realisatie van enkele missing links, zoals de Sifferverbinding en de aanleg van de nieuwe Meulestedebrug en de Verapazbrug, die de Dampoort structureel moeten ontlasten. Tegelijk verleggen we het doorgaand verkeer in het zuiden van het havengebied van de New Orleansstraat naar de Port Arthurlaan, zodat er een duidelijke scheiding ontstaat tussen de woongebieden in Meulestede en het havenverkeer.

Openbaar domein

Het openbaar domein moet meer zijn dan parkeerplaats. We kiezen dan ook voor een publieke ruimte die beleving en ontmoeting mogelijk maakt. Na de dorpskernen van Drongen en Oostakker, zijn nu de kernen van Sint-Denijs-Westrem en Wondelgem aan de beurt.

In het centrum worden de as Kortedagsteeg – Walpoortstraat, de Sleepstraat en de omgeving Sint-Jacobs – Vlasmarkt vernieuwd. Ook onze hoofdwinkelstraat, de Veldstraat, ligt er schabouwelijk bij, en wordt integraal vernieuwd, samen met het Koophandelsplein en de Zonnestraat. De knippen uit het circulatieplan worden definitief heringericht, zodat de tijdelijke bloembakken en betonblokken eindelijk kunnen verdwijnen.

Ook de stationsomgevingen moeten dringend worden aangepakt. Het Sint-Pietersstation zal pas ten vroegste in 2027 zijn afgewerkt, maar de aanleg van het Maria-Hendrikaplein kan zo lang niet wachten. De situatie daar is nu ronduit gevaarlijk en onoverzichtelijk. De bovengrondse fietsstallingen op het plein worden verwijderd, zodat de hoofduitgang van het station ook daadwerkelijk een prestigieuze toegangspoort tot de stad wordt.

Voor de omgeving van de Dampoort willen we in de volgende legislatuur een definitief en uitvoerbaar akkoord met het Vlaams Gewest en de NMBS voor een ondertunneling, gekoppeld aan een omgevingsaanleg die het station Dampoort opwaardeert.

Milieu en klimaat

Leven in een stad of meer algemeen, in een verstedelijkte regio zoals Vlaanderen, zet onmiskenbaar heel wat druk op onze leefomgeving. Het voortdurend aansnijden van open ruimte, toenemende verharding, aantasting van lucht- en waterkwaliteit, gebrek aan groen en speelruimte, het zijn allemaal gevolgen van menselijke activiteit, en vooral van het ruimtelijk beleid van de voorbije decennia, dat sterk inzette op suburbanisatie.

Als je van de natuur houdt, blijf dan in de stad wonen – Marc Callewaert

De voorbije jaren zijn we vaak op onzachte wijze geconfronteerd met de gevolgen van deze beleidskeuzes: wateroverlast als gevolg van verharding; toenemende problemen met de luchtwegen van vooral kinderen en jongeren als gevolg van luchtvervuiling; grote oppervlaktes voormalige bedrijventerreinen die jaren ongebruikt blijven omwille van historische vervuiling; overlijdens ten gevolge van extremere weersomstandigheden door de klimaatverandering; enkele voedselcrisissen die het bewustzijn over dierenleed en de nadelen van industriële landbouw hebben aangescherpt.

Deze confrontatie heeft het bewustzijn over onze leefomgeving verhoogd. Technologische vooruitgang laat ook toe om andere keuzes te maken, zonder te moeten inboeten aan comfort of vrijheid, maar integendeel de leefkwaliteit te verhogen. Als liberalen zijn we vanzelfsprekend begaan met onze omgeving, en willen we die duurzaam beheren, ook en vooral voor de volgende generaties. Maar we willen dit wel doen door alternatieve keuzes te helpen ontwikkelen, aan te bieden en te stimuleren, niet door verboden en verplichtingen, laat staan met een belerend vingertje of door mensen te culpabiliseren omwille van hun keuze.

Stadslucht maakt vrij

Geen item heeft de voorbije jaren zoveel aandacht gekregen als luchtkwaliteit. Het enthousiasme bij het grote publiek voor acties als de Airbezen en Curieuzeneuzen plaatsen luchtkwaliteit en -vervuiling in het centrum van het debat. Dit hoeft niet te verwonderen: schone lucht inademen is een van de basisrechten, maar ook -noden van de mens. Kunnen spelen zonder fijn stof, gaan joggen zonder stikstofoxiden in te ademen, het lijkt evident, maar er is nog veel werk aan de winkel voor het zover is.

Met het actieplan ‘Stadslucht maakt vrij’ willen we als Gentse liberalen de lucht boven onze stad laten opklaren. In de eerste plaats zetten we in op schoner verkeer. Het viaduct van Gentbrugge op de E17 wordt op termijn vervangen door een tunnel van Zwijnaarde tot het knooppunt Destelbergen. Zo verdwijnen niet alleen de luchtvervuiling en het lawaai, maar komen honderden hectaren beschikbaar voor wonen, natuur en groen. Alleen al het verbinden van de natuurgebieden Scheldevallei, Gentbrugse Meersen en Damvallei biedt een grote meerwaarde voor mens en natuur.

De Lage Emissiezone (LEZ) wordt in de toekomst uitgebreid naar alle woongebieden binnen de R4, en zelfs naar het Havengebied. De precieze timing en de voorwaarden moeten onderzocht worden, samen met North Sea Port, de buurgemeenten en Vlaanderen. De Stad neemt, samen met andere openbare diensten zoals Ivago, de Lijn en de nutsmaatschappijen, het voortouw in het omvormen van hun wagenpark naar duurzame alternatieven zoals elektriciteit, waterstof en CNG.

Schoolomgevingen worden autoluw, wat niet alleen een impact heeft op de luchtkwaliteit, maar ook op de verkeersveiligheid. Locaties voor nieuwe scholen worden kritisch tegen het licht gehouden, en we nemen milderende maatregelen zoals een goede oriëntatie en groenschermen. Voor bestaande scholen gaan we na of we de luchtkwaliteit  kunnen verbeteren met bouwtechnische maatregelen.

Door de werking van het Stadsdistributieplatform Gent Levert uit te breiden naar de ganse stad, kunnen we heel wat nodeloos verkeer van de weg halen. We creëren, in samenwerking met publieke en private partners, stadsdistributiecentra in het noorden en het zuiden (op de vroegere UCB-gronden).

In het Havengebied voeren we het bestaande luchtactieplan verder uit, en sluiten we een charter met de bedrijven voor het verminderen van uitstoot en het verbeteren van de luchtkwaliteit.

Groene longen voor de stad

Natuurgebieden aan de rand van de stad zijn een grote meerwaarde voor de bewoners. Gent was 30 jaar geleden één van de pioniers in natuurbehoud, door de bescherming van Bourgoyen-Ossemeersen, op nog geen vijf kilometer van het Belfort, als natuurreservaat.

Inmiddels heeft dit prachtige stuk natuur het gezelschap gekregen van maar liefst vier groenpolen aan de rand van de stad. De Gentbrugse Meersen moeten tegen 2024 volledig zijn afgewerkt, en het Parkbos voor 80% (afhankelijk van de sanering van kasteelpark De Ghellinck). Ook voor de Vinderhoutse Bossen en Oud-Vliegveld Oostakker moeten extra middelen worden vrijgemaakt, zodat alle groenpolen tegen 2030 volledig zijn gerealiseerd.

Ook de oude Schelde in Gentbrugge, waar de natuur als het ware een Gents Zwin heeft gecreëerd, wordt ten volle beschermd als natuurgebied en verbinding tussen de Gentbrugse Meersen en de Damvallei, net zoals de valleien van de Leie en de Schelde die Gent verbinden met een zeer ruim hinterland.

Zachte verbindingen tussen de grote groenpolen onderling, en met de woonwijken en de binnenstad, zijn trouwens essentieel om de natuur echt deel te laten uitmaken van het stadsleven. De vele waterlopen, die er trouwens kwalitatief steeds beter aan toe zijn, kunnen hier opnieuw hun rol spelen als ruggengraat van een duurzaam en gezond verplaatsingsnetwerk.

Deze groenpolen volstaan evenwel niet. Ook parken, straatbomen en bloemen zorgen voor een aangenamere leefomgeving, en zuiveren de lucht. Wijkparken zijn een ontmoetings-, belevings- en speelplek voor de buurt. We willen bij elke heraanleg, en op termijn in elke Gentse straat, voldoende straatbomen voorzien, en met kleine ingrepen zoals bloembakken straten een ander beeld geven, wat overigens ook zorgt voor een snelheidsremmend effect. Een van de belangrijkste realisaties voor de komende jaren wordt de uitbreiding van het Zuidpark tot een echt Central Park, door de B401 ondergronds te brengen en rechtstreeks aan te sluiten op de (uitgebreide) parking. We voorzien ook eindelijk de middelen voor de herwaardering van het historische Citadelpark.

Klimaatrobuuste stad en energie

De wereldwijde klimaatverandering grijpt steeds nadrukkelijker in op ons dagelijks leven. Extreme stormen of hitte maken, vaak ongemerkt, vele slachtoffers, ook hier bij ons, en bedreigen cruciale infrastructuur.

Om hiermee om te gaan, zetten we in op twee sporen: het overschakelen op duurzame bronnen van energie en grondstoffen, als alternatief voor het verbranden van koolstof; en het opvangen van de gevolgen van de klimaatverandering die nu al onvermijdelijk zijn.

De meest effectieve manier om de klimaatverandering (en tegelijk ook vervuiling en uitputting van natuurlijke hulpbronnen) te stoppen, is over te schakelen op andere bronnen. Gent is al jaren voortrekker in de wereldwijde Klimaatalliantie, heeft de ambitie om de komende decennia volledig klimaatneutraal te worden, en is de bakermat van alternatieven, zoals bio-energie en bio-chemie.

De komende jaren stellen we onze ambities fors bij. Zo vervroegen we de deadline voor klimaatneutraliteit van 2050 naar 2040. Dit betekent onder meer actief inzetten op duurzaam en zelfs passief bouwen via het stedenbouwkundig beleid, maar zeker en vast ook het vlotter mogelijk maken van alternatieve energiebron. Daarvoor mobiliseren we de ganse bevolking om mee te participeren, via coöperaties als EnerGent en projecten als Buurzame Stroom. Als Stadsbestuur geven we het goede voorbeeld door al onze gebouwen te voorzien van zonnepanelen, en die energie te delen met de Gentenaars en Gentse bedrijven. We trekken deze inspanningen ook door naar bedrijven en grote instellingen, door projecten als Green Track met de cultuursector door te trekken naar andere sectoren.

We breiden ook het stadsverwarmingsnet uit, zodat restwarmte van elektriciteitsproductie, industriële processen of afvalverwerking kan gebruikt worden om woningen te verwarmen. Inzake energieproductie werken we actief mee aan proefprojecten, zoals een waterstoffabriek in de Gentse Haven. Die waterstof kunnen we aanwenden als brandstof, voor bussen, vrachtwagens en treinen, maar ook combineren met CO2 die we opvangen bij Arcelor-Mittal om synthetisch gas te maken, dat we weer kunnen gebruiken voor elektriciteitsproductie met warmterecuperatie.

Toch zullen we ons de komende jaren ook moeten wapenen tegen een aantal gevolgen van de klimaatopwarming die nu al voelbaar zijn. Dat betekent concreet meer groen en water in de stad om het hitte-eilandeffect te milderen, ontharding om waterinfiltratie mogelijk te maken bij felle regenbuien en zo overstromingen te vermijden, en groendaken en groene gevels om de stad af te koelen en de lucht te zuiveren. Dat deze ingrepen het beeld van de stad een stuk aangenamer maken, is uiteraard mooi meegenomen.

Afval

Het weghalen en verwerken van afval in al zijn vormen (vast afval, afvalwater) in een stedelijke omgeving vergt een gigantische logistieke inspanning. Twee weken zonder afvalophaling tijdens de zomermaanden tonen aan welke immense inspanning dagelijks geleverd wordt door overheidsbedrijven als Ivago en Farys.

Het gemakkelijkste is natuurlijk om afval te voorkomen. Onze inspanningen daarrond worden verder versterkt, door in overleg met de retailsector na te gaan hoe we verpakkingen kunnen verminderen of hergebruiken. We zijn dan ook, in overleg met Vlaanderen, voorstander van statiegeld op kunststofverpakkingen, zoals decennia bestaat in vele Europese landen. De invoering hiervan moet wel in overleg met de kleinhandel gebeuren, zodat de handelaar niet wordt opgezadeld met extra kosten voor inzameling en stockage. We gaan ook verder op het ingeslagen pad van afvalarme evenementen. De spectaculaire daling van de hoeveelheid afval op de Gentse Feesten door over te schakelen op herbruikbare bekers, kan ook voor andere evenementen. We ondersteunen ook experimenten rond duurzame horeca.

Meer dan ooit is afval tegelijk ook een grondstof. In een regio waar natuurlijke energiebronnen en grondstoffen schaars zijn, en waar we voor de invoer van dergelijke strategische hulpbronnen aangewezen zijn op instabiele regio’s en bedenkelijke politieke regimes, kan het hergebruik van afval als grondstof of energiebron niet alleen milieuwinst, maar ook een totaal nieuwe economische sector én geostrategische onafhankelijkheid betekenen. We willen dan ook investeren in een nieuwe verwerkingsinstallatie die afval vergast in plaats van verbrandt.

Om dit te kunnen doen, is selectieve inzameling essentieel. Gent is al jaren pionier op dat vlak, maar de samenwerking met zowel de maakindustrie als kringloopbedrijven kan proactiever en intenser. We willen dan ook de afvalstromen grondig in kaart brengen, verder experimenteren met materialenpaspoorten voor gebouwen, en inzetten op herstel- en doelpunten in de wijken. De invulling van de Sint-Jozefkerk in het Rabot creëert mogelijkheden voor een proefproject.

Voor de inzameling van huishoudelijk en horeca-afval maken we maximaal gebruik van ondergrondse inzamelpunten.

Tot slot moeten we ook dringend werk maken van een mentaliteitswijziging inzake sluikstorten. Te vaak gaat men er van uit dat ‘iemand’ het wel zal opruimen. Eigenlijk getuigt sluikstorten en zwerfvuil achterlaten van een totaal gebrek aan respect voor de gemeenschap. Sensibilisering en handhaving moet hand in hand gaan, maar ook sociale controle zal nodig zijn.

Dierenwelzijn

Dieren spelen een belangrijke rol in het leven van mensen, en dierenwelzijn staat sterker op de agenda dan ooit tevoren. De lokale besturen blijven een belangrijke rol spelen, onder meer inzake zwerfdieren en optreden tegen mishandeling. De nieuwbouw voor het Gentse Dierenasiel is een bijzonder belangrijke stap geweest in de voorbije legislatuur, net als de hondenzwemplaats aan de Watersportbaan. We zoeken in de komende jaren naar bijkomende locaties voor loopweides en zwemplaatsen.

De politie en de brandweer hebben hebben een belangrijke taak inzake dierenwelzijn. We pleiten dan ook voor het opbouwen van voldoende expertise bij deze diensten, zodat eerste vaststellingen voldoende daadkrachtig worden afgehandeld. We coördineren dit met de Vlaamse Inspectiediensten, en zorgen voor een goede registratie en opvolging van inbreuken op het dierenwelzijn.

Daarnaast pleiten we ook voor een dierenbegraafplaats en strooiweide in Gent, geïntegreerd in de begraafparken, en bouwen we, in samenwerking met lokale dierenorganisaties, een educatieve communitywerking uit.

Landbauw

We zetten in op duurzame landbouw en behouden de huidige gronden voor professionele landbouw, waarbij we ons in de eerste plaats richten op de korte keten en stadsgerichte landbouw. Op die manier brengen we consument en producent opnieuw met elkaar in contact.

Daartoe ontwikkelen we een grondbank, en maken we gebruik van bestaande ruimtes zoals daken, speelplaatsen van scholen, parken en volkstuinen, waarbij buurtbewoners en lokale verenigingen betrokken worden. Kleinschalige stadslandbouwinitiatieven hebben immers ook een sociale en educatieve functie.

Vrije tijd

Vrijetijdsbeleving is niet alleen een belangrijke economische sector, maar zorgt ook voor invulling en zingeving van het leven. Cultuur en sport voeden lichaam en geest, maar kunnen mensen ook integreren, emanciperen en vrij maken. Prestaties in cultuur en sport verbinden mensen, roepen emoties op, maken mensen trots. Steden die doelbewust inzetten op het versterken van cultuur en sport, trekken per definitie creatieve en open geesten aan, die vorm geven aan een samenleving en de motor vormen voor economische ontwikkeling.

De waarde van een mens herkent men aan wat hij met zijn vrije tijd weet te doen – Karl Heinrich Waggerl

De groei van de evenementensector en de nadruk op beleving, kan evenwel ook een grote druk zetten op de leefbaarheid van de stad. Vooral in de binnenstad gaat er geen week voorbij zonder groot of klein evenement, meestal gepaard gaand met geluidsuitzendingen. Zoals we de voorbije jaren al succesvol hebben gedaan voor de Gentse Feesten, willen we ook in het algemeen het evenwicht tussen een levendige stad en leefbaarheid voor de bewoners (en ondernemers) herstellen.

Cultuur

Gent profileert zich al jaren stad van kennis en cultuur, toegankelijk voor iedereen. Onze stad biedt het grootste en rijkste cultuuraanbod in Vlaanderen, met concerten, theatergezelschappen, musea en monumenten van wereldklasse, maar tegelijk ook met de typisch Gentse tegendraadse twist, die overigens ook zorgt voor een sterke bottom-up-werking en een aparte undergroundcultuur. Ook op het vlak van cultuurparticipatie en amateurkunsten scoort Gent bijzonder goed.

Die sterke traditie van opbouw van onderuit en experimenteren heeft ook een nadeel: er bestaat in Gent geen echt centraal cultuurcentrum. Onze culturele infrastructuur is een web van kleine en grote podia en creatieplekken, wat er voor zorgt dat er vaak onvoldoende ruimte is voor productie en presentatie. We willen dit creatieve web dan ook aanvullen met een grote scène, die tegelijk dienstdoet als baken voor cultuurmakers én creatieve ondernemers. Het is precies de synergie tussen kunstenaars en creatieve ondernemers die Gent tot een unieke broedplaats maakt.

Tegelijk willen we de samenhang in het web van presentatie- en creatieplekken versterken, door een beheersstructuur voor de culturele en creatieve infrastructuur op poten te zetten, zoals in het verleden ook is gebeurd voor de sportinfrastructuur. Cultuurproducenten moeten bezig zijn met hun product, niet met hun gebouwen. De eerste stap hierin is het openstellen van het Operagebouw voor andere Gentse spelers, weliswaar na een grondige restauratie, waarvoor de Stad Gent, de Vlaamse Gemeenschap en private partners zullen moeten samenwerken.

Ook in de wijken en deelgemeenten is nood aan kleinschalige infrastructuur voor creatie en presentatie. In samenwerking met organisaties als Nucleo en Timelab wordt bekeken hoe leegstaande (handels)panden kunnen gebruikt worden als atelier of repetitieruimte, specifiek gericht op lokale amateurgezelschappen. Eigenaars die hierin meestappen, kunnen genieten van een vrijstelling van de leegstandsbelasting.

Cultuur moet meer dan ooit verbonden zijn met de samenleving. Daarom zetten we volop in op transversale projecten, in samenwerking met onderwijs, media, sport en welzijn.

Ook de culturele spelers kunnen een belangrijke bijdrage aan onze ambitie om Gent klimaatneutraal te maken. Via initiatieven als Green Track en met middelen van het FoCI, in cofinanciering met de Stad Gent, kunnen tastbare resultaten worden geboekt op korte termijn, en worden bezoekers tegelijkertijd bewust gemaakt rond energiebesparing.

De bestaande subsidiestromen worden integraal herbekeken, waarbij er aandacht gaat naar zowel (inter)nationale spelers, amateurs als individuele kunstenaars. Investeren in infrastructuur krijgt prioriteit, en de dubbele financiering (door Vlaanderen én de Stad Gent) wordt in overleg met de Vlaamse Gemeenschap herbekeken in functie van de kerntaken van elke overheid. Ook de tax shelter voor de podiumkunsten kan zorgen voor extra financiering zonder opnieuw naar de (lokale) subsidiepot te grijpen. Naast de realisatie van de uitbreiding van het Designmuseum die momenteel in de steigers staat, gaat bijzondere aandacht naar de uitbouw van het Kunstenkwartier, door de afwerking van de Bijlokesite, de realisatie van het Museumplein en de stapsgewijze vernieuwing van de gebouwen in het Citadelpark (ICC, Floraliënhal, Kuipke en SMAK).

Cultuur is niet louter bestemd voor een klein geïnteresseerd en geëngageerd publiek. De evolutie in de bevolkingssamenstelling is momenteel niet terug te vinden in onze zalen, noch op het podium, noch bij het publiek. We wekken culturele interesse al op jonge leeftijd op, door samenwerking met onderwijs en het ondersteunen van kinder- en jeugdtheater. De Uitpas wordt verder gepromoot, en we sluiten aan bij het nieuwe Vlaamse initiatief rond de Museumpas. We organiseren een Last Minute Ticket Booth waarbij lege plaatsen aangeboden worden aan gereduceerd tarief.

Sport

Sporten en bewegen vergroot de fysieke en mentale gezondheid, en brengt mensen bij elkaar. Bovendien is sport de meest universele vrijetijdsbesteding die er bestaat: de regels zijn overal ter wereld dezelfde, en respect en fair play zijn basiswaarden. Sport kan dan ook een hefboom zijn voor opvoeding en integratie. Emancipatie en het verbinden van mensen, over sociaal-economische en etnische verschillen heen is belangrijk, maar het sportieve komt uiteraard steeds op de eerste plaats. Zeker voor jonge kinderen ligt de nadruk eerder op sportief plezier dan op competitie.

Al bijna twee decennia zet Gent in op infrastructuur als basis voor het sportbeleid. Die lijn willen we onverkort aanhouden en versterken. Zo willen we alle buitensportclubs voorzien van kunstgras, wat intensiever gebruik toelaat. Op die manier vermijden we lange wachtlijsten. De bouw van buurtsporthallen in Ledeberg, Sint-Denijs-Westrem en de Oude Dokken moet hiaten in het sportaanbod opvullen. Daarnaast wordt ook ingezet op het gebruik van schoolinfrastructuur buiten de schooluren, maar zonder bijkomende administratieve en logistieke belasting voor de scholen zelf. Voor de bouw van nieuwe infrastructuur kijken we in de richting van publiek-private samenwerking, zoals in het verleden al bijzonder succesvol gebeurde voor het sportcomplex Rozebroeken, maar ook naar samenwerking met onze buurgemeenten.

In het georganiseerd sporten, met name de clubwerking, wordt de nadruk blijvend gelegd op jeugdtraining en -opleiding, door te investeren in gekwalificeerde trainers, laagdrempeligheid en vooral het plezier van sporten. Initiatieven als Multimove (een bewegingsprogramma voor kinderen tussen 3 en 8), Multi-skill (sportsessies voor kinderen én ouders) en Sportkompas (oriëntering naar de gepaste sport) worden geïntroduceerd en uitgebouwd.

Gent heeft een sterke traditie inzake topsportbeleid. De topsportsite rond de Watersportbaan, de aanwezigheid van de Topsportschool Voskenslaan en de medische en wetenschappelijke omkadering in samenwerking met het UZGent, zorgen voor een permanente zichtbaarheid van sport in Gent. We trekken internationale topevenementen aan in samenwerking met Event Flanders, maar anderzijds stimuleren we ook onze topsportclubs om hun verantwoordelijkheid op te nemen als trekker voor hun volledige sporttak. Structurele coördinatie van het jeugdbeleid tussen top- en amateurclubs zorgt voor een betere omkadering en meer ontplooiingskansen voor talent van eigen bodem.

De Blaarmeersen zijn ongetwijfeld hét uithangbord voor sport en recreatie in een wijde omgeving. Door het incorporeren van een deel van de Zuiderlaan, en het verkeersveilig maken van de Noorderlaan, creëren we één grote sportsite rond de Watersportbaan, die tegelijk ook als groene recreatieve long voor Gent fungeert. Het centraal gebouw van de Blaarmeersen wordt integraal vernieuwd.

Naast de tienduizenden clubsporters, zijn er in Gent nog minstens evenveel niet-georganiseerde sporters. Ook voor hen wordt de nodige infrastructuur voorzien, onder meer door het uitbouwen van een netwerk van aangeschakelde en bewegwijzerde loopparcours in de wijken en deelgemeenten, waarbij maximaal gebruik gemaakt wordt van het netwerk van trage wegen. Ook in de groenpolen voorzien we ruimte voor recreatie.

Dat bewegen goed is voor de algemene gezondheid, is intussen al lang geen punt van discussie meer. Het moet dan niet altijd gaan om intensief en competitief sporten. Een half uur bewegen per dag, symbolisch vervat in de 10.000 stappen, gecombineerd met gezonde voeding, volstaat al om gezonder te leven. Bewegingsinitiatieven op het snijvlak van sport en welzijn zoals Bewegen op Verwijzing, moeten meer mensen, en dan vooral jongeren, aanzetten om dagelijks te bewegen. De investeringen hierin worden in veelvoud terugverdiend in de gezondheidszorg. Bijzondere aandacht moet hierbij ook naar senioren gaan. Een goede basisconditie houdt mensen tot op hoge leeftijd gezond en zelfstandig.

Omdat achtergrond of sociaal-economische positie geen drempel mag vormen om aan sport en beweging te doen, breiden we de Uitpas uit tot het volledige sportaanbod in Gent.

Jeugd

Een liberaal jeugdbeleid legt alle middelen en mogelijkheden in de handen van een enthousiaste groep jongeren, die zelf invulling geven aan hun rol en activiteiten. Ook hier is de rol van de overheid ondersteunend, en dan vooral in het voorzien van een goede en veilige infrastructuur, die gratis ter beschikking wordt gesteld, zodat jeugdverenigingen al hun middelen kunnen inzetten voor hun werking. Vooral in de deelgemeenten is er nood aan bijkomende infrastructuur omdat het aanbod niet meer is afgestemd op de vraag.

Jeugdinitiatieven zijn toegankelijk voor iedereen. We werken drempels weg, onder meer door het gebruik van de Uitpas in het jeugdwerk. Dit vergt uiteraard ook een goede omkadering en begeleiding door gekwalificeerde leiders en jeugdwerkers.

Naast het georganiseerde jeugdwerk, is er ook nood aan speel- en ontmoetingsplekken voor kinderen en jongeren van alle leeftijden. We voorzien dergelijke plekken in alle wijken van de stad, waarbij we basisinfrastructuur voorzien zoals skateparken of sporttoestellen, maar vooral het gebruik van de ruimte laten invullen door de jongeren zelf. Dit zijn plekken waar ze zich thuis en veilig moeten voelen en kunnen experimenteren, uiteraard met respect voor elkaar en voor de omgeving.

We besteden bijzondere aandacht aan kwetsbare jongeren, door initiatieven als het Overkophuis te verankeren en te versterken.

Ook jeugdinitiatieven worden vaak ontmoedigd door overdreven regelgeving, onleesbare en onbegrijpelijke reglementen en gebrekkige digitale communicatie. Daarom willen we jongeren als pilootgroep betrekken bij administratieve vereenvoudiging en digitalisering.

Evenementen

De Gentse Feesten vieren in 2018 hun 175-jarig bestaan, en behoren daarmee tot de oudste en grootste stadsfestivals van Europa. In de loop van bijna twee eeuwen zijn de Feesten uiteraard fundamenteel van aard veranderd, en dat zullen ze ook in de toekomst blijven doen. Steeds nieuwe generaties maken ‘hun’ Feesten, op de fundamenten van vorige generaties.

De voorbije jaren hebben we de organisatie van de Gentse Feesten bijgestuurd, onder meer onder druk van de wijzigende veiligheidssituatie (terreurdreiging), nieuwe duurzaamheidseisen (komaf maken met wegwerpbekers) en andere verwachtingen inzake leefbaarheid vanuit bewoners, maar ook van de bezoekers zelf. De Feesten dreigden zichzelf immers kapot te groeien. We onderzoeken ook of we de Gentse Feesten kunnen laten erkennen als immaterieel erfgoed.

In de komende jaren willen op deze weg verder gaan, maar tegelijk ook de interne organisatie versterken, door de oprichting van een echte organisatiestructuur, waarin zowel de Stad als de private organisatoren zijn vertegenwoordigd. Deze structuur, die ook kan worden ingezet voor andere evenementen zoals het driejaarlijkse Lichtfestival, zal ook toelaten andere financieringsbronnen aan te boren in plaats van steeds weer de subsidies te verhogen.

Om de leefbaarheid van de binnenstad te beschermen, beperken we het aantal evenementen in de binnenstad. We bouwen de evenementenkalender rond een aantal grote, aantrekkelijke evenementen, zoals de Gentse Feesten, de Gentse Winterfeesten, OdeGand en het driejaarlijkse Lichtfestival. Niet alle evenementen of manifestaties moeten overigens per se gebruik maken van versterkte muziek.

 

Daarnaast willen we grote evenementen, zoals het FilmFest of het Festival van Vlaanderen ook naar de wijken en deelgemeenten brengen (zoals nu al met Parklife gebeurt). Toch moeten we ook in die wijken en deelgemeenten opletten voor een te grote druk op woonomgevingen door het toenemende aantal festivals of groot uitgevallen buurtfeesten. We zoeken dan ook voortdurend verder naar een evenwicht, met een kalender waarin ook  bestaande en lange tradities zoals dekenijfeesten en stadskermissen een prominente plaats (en de nodige ondersteuning) blijven krijgen.

Toerisme

Gent zit de laatste jaren duidelijk in de lift als toeristische bestemming. Het lijkt er op dat ‘Europe’s best kept secret’ eindelijk ontsloten wordt. Dat dit goed is voor onze economie, staat buiten kijf. Maar ook inzake toerisme moeten we ook oog hebben voor een aantal negatieve effecten. Steden als Amsterdam en Venetië hebben recent een aantal maatregelen genomen om de toeristische druk op de leefbaarheid voor zowel bewoners als het leefmilieu te verlagen. In Gent zijn we natuurlijk nog een eind verwijderd van dergelijke toestanden, maar het is natuurlijk ook niet de bedoeling het zover te laten komen.

Het komt er dus op aan om te kiezen voor een slimme toeristische groei. We willen dan ook in de eerste plaats inzetten op verblijfstoerisme, eerder dan dagtoerisme. Een stad als Gent is trouwens toch niet te vatten in enkele uurtjes. Specifiek kiezen we voor gezins- en zakentoerisme, zowel om economische redenen (besteding) als omwille van de combinatie met leefbaarheid.

Beide segmenten zijn perfect complementair. Zakentoerisme concentreert zich tijdens de week en in het laag- en tussenseizoen, en zorgt voor een grote return voor handel en horeca. We richten ons specifiek op kleine en middelgrote congressen (tot 1000 deelnemers) in samenwerking met onze kennisinstellingen, en in domeinen die aansluiten bij onze economische speerpunten. Ook evenementen van bedrijven en internationale instellingen is Gent een aantrekkelijke bestemming, gelet op onze ligging dicht bij Brussel en de authentieke beleving die onze stad te bieden heeft. De vernieuwing van de congresinfrastructuur van het ICC, midden in het Kunstenkwartier en op wandelafstand van zowel het Sint-Pietersstation als het historische stadscentrum, zal de komende jaren onze troeven versterken. Voor grotere congressen kan worden samengewerkt met andere (culturele) spelers zoals de Bijloke, de Capitole en de Opera.

Meer verblijfstoerisme betekent natuurlijk ook bijkomende capaciteit voor overnachtingen. Het hotelaanbod breidde de voorbije jaren fors uit, en een aantal projecten staan momenteel in de steigers. Ook nieuwe vormen van verblijf, zoals gastenkamers en Air BnB kenden een spectaculaire vlucht. Toch moeten we ook daarmee voorzichtig omgaan. Het kan niet de bedoeling zijn dat toeristische logies de woonmarkt verstoren, of zorgen voor overlast in woonwijken. Bovendien moet elke verblijfsaccommodatie voldoen aan dezelfde regels inzake fiscaliteit, veiligheid en toegankelijkheid.

Bestuur ten dienste van de burger

Om beleid te kunnen voeren, moeten er uiteraard middelen voorhanden zijn, en een organisatie om de politieke en maatschappelijke keuzes uit te voeren op het terrein. Het ligt voor de hand dat we als liberalen van mening zijn dat de overheid slechts moet optreden in het algemeen belang, en zoveel mogelijk initiatief moet laten aan de burgers, al dan niet in georganiseerd verband.

Besteed nooit je geld voordat je het hebt verdiend – Thomas Jefferson

Een overheid moet vooral een omgeving creëren waarin burgers en ondernemers hun ding kunnen doen. Ze moet een (juridisch) kader creëren, de veiligheid waarborgen, instaan voor de basisinfrastructuur, en waar nodig hiaten vullen. Bovendien moet de overheid dit doen op de meest efficiënte en effectieve manier, tegen een zo hoog mogelijke prijs-kwaliteitsverhouding voor de gemeenschap.

Omdat niet iedereen thuis is in de digitale wereld, blijven uiteraard de dienstverlening ook analoog aanbieden.

Dienstverlening

Het nieuwe Stadskantoor aan de Zuid wordt ingericht op maat van de klant. Voor korte (standaard)verrichtingen, zoals het afhalen van een identiteitskaart, zijn er snelbalies. Voor complexere of individuele dienstverlening zijn er de themabalies, waar op afspraak wordt gewerkt.

We trekken de dienstverlening door naar de wijken en deelgemeenten, door de GentInfopunten uit te bouwen tot volwaardige Wijkkantoren, waar de courante diensten van de dienst Burgerzaken worden aangeboden, maar daarnaast op afspraak ook de dienstverlening van het OCMW, de politie, de bibliotheek en andere diensten.

Wie slecht te been is, kan ook dienstverlening aan huis krijgen. Waar wettelijk mogelijk, worden documenten zoals rijbewijzen en reispassen aan huis bezorgd, wat een tweede bezoek aan het loket uitspaart.

De dienst Onthaal, bekend als GentInfo, heeft de voorbije jaren zijn kwaliteit bewezen als eerste aanspreekpunt voor de dienstverlening van de Stad Gent. We breiden de werking verder uit als uniek aanspreekpunt van de volledige Groep Gent (Stad, OCMW, musea, …), verruimen de uren en voeren een ‘call-back’-systeem in, waarbij Gentenaars binnen de 24 uur worden teruggebeld. Op beleidsniveau wordt de eerstelijnsdienstverlening gecoördineerd door een schepen die bevoegd is voor Publieke Dienstverlening.

Digitalisering en administratieve vereenvoudiging

Inzake geïntegreerde digitale dienstverlening heeft Gent nog een lange weg af te leggen. Digitaal denken is immers nog iets anders dan bestaande, oude processen vertalen in digitale vorm, of een zoveelste app lanceren. De technologische revolutie van de voorbije jaren biedt ongekende mogelijkheden om de interactie tussen de burger en zijn overheid op een andere manier te organiseren.

Zo kan de blockchain nieuwe mogelijkheden openen om dossiers op te volgen, zowel voor de administratie als voor de burger zelf, en tal van overbodige handelingen uitsparen. Elektronische betalingen en een écht e-loket, met garanties voor de identificatie worden op die manier mogelijk. We investeren ook in een echt klantenmanagementsysteem, waardoor burgers niet meer bij elk contact met de overheid hun gegevens opnieuw moeten invullen. Een dergelijk systeem zorgt er trouwens ook voor dat rechten zoveel mogelijk automatisch worden toegekend, en dat de overheid burgers spontaan wijst op opportuniteiten, zoals premies of kortingen waarvoor ze in aanmerking komen.

Dit vereist uiteraard voldoende investeringen in ICT, maar ook een grondig doorlichten en integraal hertekenen van de processen. De aanwezigheid van tal van innovatieve bedrijven in het Gentse ICT-ecosysteem biedt uitstekende kansen om het voortouw te nemen in het traject naar Overheid 2.0. In samenwerking met private spelers zorgen we ook voor een dekkend publiek WiFi-netwerk.

We nemen alle bestaande reglementen onder de loep, gaan na of ze nog actueel, nuttig en nodig zijn, en vertalen ze in begrijpelijke en vooral visuele taal (zoals flowcharts). We betrekken de gebruikers bij de aanpassing van reglementen, zodat ze ook worden opgemaakt vanuit de visie van de burgers en verenigingen, en niet alleen vanuit de (juridische) afwegingen van de overheid.

Omdat niet iedereen thuis is in de digitale wereld, blijven uiteraard de dienstverlening ook analoog aanbieden.

Kerntaken

In een snel veranderende samenleving evolueren ook de uitdagingen waarmee het Stadsbestuur wordt geconfronteerd, steeds sneller. Het antwoord op deze uitdagingen luidt voor de liberalen niet om een nieuwe dienst met nieuwe ambtenaren op te richten.

De integratie van het OCMW in de Stad vanaf 1 januari 2019, gecombineerd met een verdere pensioneringsgolf, biedt de uitgelezen kans om een echt, grondig kerntakendebat te voeren. Doorgedreven digitalisering, meer efficiëntie, maar vooral het maken van duidelijke beleidskeuzes, moeten ervoor zorgen dat we een betere dienstverlening kunnen bieden met minder belastinggeld. Deze vermindering gebeurt uiteraard niet lineair over alle diensten; in sommige gevallen, zoals kinderopvang of onderhoud van het openbaar domein, zullen juist extra mensen en middelen moeten worden ingezet.

Dit kerntakendebat voeren we bovendien voor de ganse Groep Gent, dus ook voor de verzelfstandigde entiteiten, zoals SoGent en de musea. We creëren schaalvoordelen door een geïntegreerde werking. Intergemeentelijke samenwerking kan leiden tot meer efficiëntie, op voorwaarde dat er gesnoeid wordt in het aantal structuren.

Het uitgangspunt is hierbij dat de organisatie ten dienste staat van de burger, en geen doel op zich is.

Samenwerking met andere overheden

Maatschappelijke problemen en uitdagingen stoppen niet aan de gemeentegrens. Luchtkwaliteit, ruimtelijke ordening, energie, veiligheid, capaciteit in het onderwijs, het zijn allemaal domeinen waarin de Stad Gent duidelijk zijn rol als centrumstad ten volle wil opnemen. We willen dat ook doen in overleg en samenwerking met de buurgemeenten, die voor een aanzienlijk pakket dienstverlening zijn aangewezen op Gent. Via structureel overleg met de buurgemeenten, bijvoorbeeld op het niveau van de Hulpverleningszone (al dan niet uitgebreid tot het Meetjesland), moeten we de tegenstelling tussen stad en rand overstijgen en gezamenlijk antwoord bieden op prangende maatschappelijke vragen.

Ook met andere overheden, met name de Deputatie, de Vlaamse en de Federale Regering, is een halfjaarlijks bestuurlijk overleg een must. De burger verwacht van de vele overheden in dit complexe land, met versnipperde bevoegdheden, een daadkrachtig integraal en geïntegreerd beleid, en geen politieke spelletjes. Als tweede grootste stad in België heeft Gent meer dan recht op bijzondere aandacht van de diverse overheden.

Financiën en fiscaliteit

Meer dan drie decennia liberaal beleid op financiën heeft gezorgd voor budgetten in evenwicht, en tegelijk voor meer dan 2 miljard euro aan investeringen in publieke infrastructuur, zonder de facturen door te schuiven naar toekomstige generaties. Tegelijkertijd werd ook gezorgd voor een stevig pensioenfonds, zodat de factuur van de vergrijzing voor het stadspersoneel ook de komende decennia betaalbaar is.

De personenbelasting en de onroerende voorheffing kunnen dus zonder probleem behouden blijven op hetzelfde niveau (bij de laagste van de Vlaamse centrumsteden). Inzake bedrijfsbelastingen wordt werk gemaakt van een eenvormig en eenvoudig systeem, dat de lasten correct spreidt, het aantal belastbare feiten tot een minimum herleidt en de administratieve last voor ondernemingen tot een minimum beperkt. We gaan ook na hoe we duurzaamheid als criterium een belangrijker rol kunnen laten spelen in onze lokale fiscaliteit, en nog meer dan vandaag al het geval is in onze beleggingsstrategie.

Communicatie

De overheid heeft meer dan ooit de plicht om op een transparante wijze te communiceren met haar burgers en bedrijven over haar besluitvorming. We hebben het dan niet over de klassieke ‘voorlichting’, maar een echte dialoog.

Gent was bij de pioniers inzake overheidscommunicatie met de publicatie van het Stadsmagazine, dat sinds kort ook een extra editie heeft in juni. De leesbaarheid van het stadsmagazine maakt het tot een van de meest gewaardeerde communicatiemiddelen, en een onschatbare bron van informatie voor de Gentenaars.

Vandaag geeft het stadsmagazine evenwel vooral algemene informatie, die voor gans Gent relevant is. We willen dit uitbreiden, door twee maal per jaar een wijkgebonden magazine uit te geven, specifiek geënt op wat relevant is voor de eigen wijk.

Digitale communicatie is een niet meer weg te denken onderdeel van de stedelijke communicatie. De website van de Stad Gent biedt een helder en duidelijk overzicht van beleidsbeslissingen, relevante documenten, activiteiten en dergelijke meer. We willen de website aanvullen met alle documenten die onder openbaarheid van bestuur vallen, zodat die niet elke keer expliciet moeten worden opgevraagd.

Via gerichte nieuwsbrieven is het mogelijk om gerichter te communiceren, volgens de informatienoden en -behoeften van elke individuele burger. We breiden deze dienstverlening uit, en werken daarvoor ook samen met buurtgerichte informatieplatformen zoals Hoplr. Aan alle Wijkkantoren komt een digitaal informatiebord.

Daarnaast is er ook nood aan gerichte communicatie naar aanleiding van bijvoorbeeld wegenwerken, gericht op bewoners, handelaars en bezoekers.

Daarnaast is er ook behoefte aan echte ‘commerciele’ communicatiecampagnes, bijvoorbeeld rond bereikbaarheid, cultureel of winkelaanbod. Deze richten zich niet in de eerste plaats op de Gentenaar, maar op een veel ruimer publiek.